Een roadmap van aardappel tot ‘friet’: weten waar naartoe te pieken, van nu tot 2030

Frietjes met aardappelen

Atleten in zowat elke sportdiscipline zijn in volle voorbereiding van een zomer vol kampioenschappen. Ze pieken daarnaartoe via een uitgekiemd trainingsprogramma. Mocht er een competitie tussen voedingssectoren bestaan, dan speelden we in de discipline ‘aardappelverwerking’ in de ‘Champions League’. Met onze exportcijfers hebben we een scorend vermogen waarmee we jaar op jaar meedingen naar het hoogste podium. Om dat blijvend te ambiëren heeft Flanders’ FOOD samen met bedrijven uit de sector een innovatieprogramma uitgezet, met een ‘roadmap’ tot 2030. Van elk projectinitiatief hierbinnen hopen we op supercompensatie voor economie en maatschappij.

Waarom een roadmap van aardappel tot ‘friet’?

De aardappel is van groot belang voor onze agro-voedingssector en onze consumenten. Aardappelen vormen dan ook een dankbare grondstof om verschillende types levensmiddelen mee te maken. Onder de geproduceerde aardappel-gebaseerde voedingsproducten nemen de diepgevroren producten het belangrijkste aandeel in. Zij leveren ook het leeuwendeel van de producten voor de export. In 2019 exporteerde België 2,6 miljoen ton diepgevroren aardappelproducten (waarvan 2,2 miljoen ton friet). Die export kreeg een klap in coronacrisisjaar 2020: een daling met 6 procent tegenover 2019. Ondanks dat bleef ons land de grootste exporteur van diepgevroren frieten wereldwijd en dus bleef de aardappelverwerkende sector onder de moeilijke economische omstandigheden een kroonjuweel van onze agrovoedingsindustrie.

De verwachting leeft dat de sector na de coronacrisis terug zal aanpikken bij zijn vorig niveau. Om vervolgens met de zo kenmerkende ondernemingszin de positieve trend weer verder te zetten, dient er rekening gehouden te worden met verschillende uitdagingen. De consument verandert en de concurrentie staat wereldwijd niet stil. Bedrijven moeten dan ook voortdurend op zoek naar toegevoegde waarde voor hun producten door te spelen op smaak, nutritionele waarde, convenience (gebruiksgemak) of andere eigenschappen die het mogelijk maken om zich te onderscheiden van de concurrentie. Daarnaast vergen productie-efficiëntie en productkwaliteit continue aandacht. Nieuwe technieken en benaderingen kunnen hierbij voordeel bieden maar ze vragen gedegen O&O om ze ten volle te valoriseren. Bovendien kent enkel duurzame groei en ontwikkeling nog een toekomst en dat manifesteert zich op diverse vlakken: van nutritionele vraagstukken, over maatschappelijke noden tot het minimaliseren van milieu en klimaateffecten en het beantwoorden aan de Europese ‘Farm to Fork strategy’. Verduurzamen is daarbij geen som van inspanningen van individuele bedrijven maar wel de verantwoordelijkheid van het hele aardappelverwerkend systeem. Daar maakt, naast de aardappelhandel, ook de akkerbouw onlosmakelijk deel van uit, aangezien het areaal aardappelen in ons land gaandeweg meegegroeid is met de vraag naar aardappelen door onze aardappelverwerkende industrie. In 2019 besloeg dit areaal 100.000 ha, waarvan zich zowat de helft in Vlaanderen situeerde. Op zijn beurt kent de teelt zijn eigen complexe uitdagingen.

Kortom, dit alles maakt dat er nood is aan innovaties op een niveau die de courante bedrijfsspecifieke product en proces O&O overstijgt. Samenwerking en interactie tussen bedrijven en met kennisinstellingen is hierbij cruciaal, evenals globaal systeemdenken. Dat laatste zet aan tot innovaties die niet enkel van schakel tot schakel worden uitgewerkt (typisch in een leverancier-afnemer verhouding), maar ook over schakels heen en in verschillende richtingen kunnen lopen (bijvoorbeeld ook van en naar toeleveranciers). Doel is om tot een veerkrachtig ‘agrifood’ systeem te komen: met verhoogde schokbestendigheid en wendbaarheid.

Om al deze aspecten in toekomstig O&O in rekening te brengen, stippelden wij een strategische onderzoeks- en innovatieagenda uit onder vorm van de roadmap ‘van aardappel tot friet' (waarbij 'friet' symbool staat voor alle aardappel- en aardappelafgeleide producten). Zoals elke roadmap van Flanders’ FOOD is hij opgebouwd uit concepten die richting geven aan innovatie-initiatieven die over een tijdshorizon van 10 jaar de bedrijven in het ketensysteem ondersteunen in duurzame groei. De nadruk ligt daarbij bij het initiëren en ontwikkelen van vraaggedreven onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten aangevuld met disseminatie-, demonstratie- en implementatie-acties. Projectideeën die passen binnen één of meerdere concepten zijn steeds welkom. 

Uiteindelijk beogen we, als gevolg van de (financieel) ondersteunde innovatie-initiatieven, supercompensatie effecten te verkrijgen onder vorm van valorisaties bij bedrijven in het Vlaamse aardappelverwerkend systeem die hun positie als innovatieve, duurzame, kwaliteits- en exportgerichte speler in de wereld verder versterken.

7 concepten om de toekomst aan te gaan

Via 7 concepten worden mogelijkheden geboden om via O&O&I in de primaire productie over de verwerking tot de maatschappelijke impact mee te bouwen aan een toekomstproof Vlaams aardappelverwerkend ketensysteem.

Deze concepten werden opgesteld op basis van vijftien bedrijfsbevragingen en twee ronde tafelgesprekken en twee brainstorms waaraan 16 bedrijven, 12 kennisinstellingen en 5 stakeholders (organisaties) deelnamen. De roadmap zal jaarlijks op zijn actualiteit beoordeeld en eventueel aangepast worden in overleg met een roadmap comité. 

Poleposition 

Onze aardappelverwerkende sector heeft zich in enkele decennia opgewerkt tot een wereldspeler. Het behouden van die positie in een concurrentiële wereldmarkt vereist dat aardappelverwerkende bedrijven blijvend inzetten op procesefficiëntie en op productinnovaties die de vraag van de wereldwijde consument kan beantwoorden. Dit gaat gepaard met uitdagingen: consumenten- en retailwensen zijn dynamisch, aardappelproducten divers, de kwaliteit en voedselveiligheid dient gegarandeerd,… Procesefficiëntie gaat hand in hand met het duurzaamheidsstreven van de bedrijven, maar vernieuwingen aanbrengen in bestaande proceslijnen is niet evident.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die leiden tot nieuwe aardappel en aardappel-gebaseerde producten en op kennisontwikkeling rond het verduurzamen en optimaliseren van de courante deel- en totaalprocessen in de industriële aardappelverwerking.

Dit is een dynamisch concept waarmee snel kan ingespeeld worden op de veranderende noden van de aardappelverwerking, trends en opduikende problematieken en opportuniteiten. Er wordt bijgevolg verwacht dat dit concept ingevuld zal worden met een diversiteit aan O&O&I projecten en initiatieven en dit op verschillende thema’s. Zo werd in dit concept het Belgian Fries Pilot project gelanceerd. Met deze pilootinfrastructuur wordt een innovatietraject gestart dat de komende 10 jaar (en verder) ondersteuning zal bieden aan productontwikkeling, procesoptimalisering en O&O&I projecten bij bedrijven.

Processfiction 

Om op langere termijn te kunnen uitblinken moeten bedrijven hun huidige productieprocessen in vraag durven te stellen en oog hebben voor radicaal nieuwe technologieën die mogelijks opportuniteiten bieden om aardappelproducteigenschappen te verbeteren, andere producten te ontwikkelen, nevenstromen op te waarderen,… Via de ‘technology push’ door leveranciers (inclusief onderzoeksinstellingen) openen zich ook voor aardappelverwerkende bedrijven regelmatig nieuwe mogelijkheden. Deze innovaties houden evenwel risico’s in: onzekerheid over hun effectiviteit, het niet aangepast zijn aan aardappelverwerking, niet op industriële schaal gevalideerd,… Vaak is het inschatten van de kosten/baten verhouding en de robuustheid moeilijk. En, eens een technologie geïmplementeerd, dan volgt er nog een verder leertraject. Kortom, bedrijven kunnen best wel wat ondersteuning gebruiken om hierin weloverwogen keuzes te maken en beslissingen met effecten op lange termijn te nemen.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die leiden tot nieuwe (deel)processen voor aardappelverwerking en/of nevenstroomverwerking. Dit kan bijgevolg ook leiden tot vernieuwende aardappelproducten of nieuwe, van het aardappelproductieproces afgeleide producten.

Dit concept heeft baat bij ‘technology watch’ en inspiratie activiteiten en staat open voor concrete initiatieven zoals haalbaarheids-, benchmark- en pilootstudies om de opportuniteit en de beperkingen van radicale procesinnovatietechnologieën na te gaan voor en in de industriële aardappelverwerking. Een andere optie is dat technologiebedrijven via bedrijfsspecifieke O&O of in coöperatieve projecten met aardappelverwerkende bedrijven technologieën uitwerken. Ook biedt dit concept ruimte voor strategisch basisonderzoek dat de basis kan leggen voor het implementeren van een nieuwe technologieën. Onderzoek naar omkaderende analyses om die nieuwe (deel)processen te sturen, te kunnen verbeteren en optimaliseren kan hier eveneens bij aansluiten.

Sidekick

De aardappel werd reeds in de 16e eeuw in Europa geïntroduceerd. Het is dus een blijver, die zijn status als dankbaar voedingsgewas onder meer verworven heeft door zijn nutritionele waarde. Aardappelen leveren niet alleen energie in de vorm van complexe koolhydraten (zetmeel) maar bevatten ook essentiële voedingsstoffen zoals voedingsvezels, hoogwaardig eiwit en bepaalde mineralen en vitaminen. Die zitten ook in de nevenstromen van de aardappelverwerkende industrie, wat dus kansen biedt om deze zo hoog mogelijk op te waarderen. De hoogst mogelijke opwaardering is richting voeding en gezien de nutritionele samenstelling, de allergeen-vrije status en het laag gehalte aan FODMAPs mogen we misschien wel ‘superfood’ toepassingen ambiëren. Verschillende procesmatige behandelingen, van mild tot complex, kunnen daarvoor in aanmerking komen. Daarnaast kunnen ook uit aardappelproceswater verschillende componenten gerecupereerd worden. Innovatieve extractie- en scheidingstechnologieën openen daarvoor nieuwe mogelijkheden.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die het potentieel van nevenstromen in de aardappelverwerking zo hoogwaardig mogelijk weten te ontluiken.

De O&O activiteiten kunnen van diverse aard zijn en lopen van eerder fundamenteel onderzoek tot applicatie-gerichte ontwikkelingsprojecten die ook de economische haalbaarheid in ogenschouw nemen. Samenwerken met aanbieders van mogelijke ‘oplossingen’ voor de vele uitdagingen lijkt ‘the way to go’ om drempels te kunnen overwinnen.

Perfect supply 

De efficiëntie en duurzaamheid van de aardappelverwerking kan niet los gezien worden van deze van de andere onderdelen van de toeleveringsketen. Duurzaamheid heeft sowieso baat bij een zo efficiënt mogelijk voedingssysteem, over heel de lijn. Dit vangt aan met de oogst en loopt over een eventuele bewaring (winter tot begin zomer) naar de levering van aardappelen met de gewenste kwaliteit, kwantiteit en andere specificaties (bv kaliber en vorm) aan de verwerker of handelaar, en dient te worden vervolgd met efficiënte productie en eindproductlogistiek. Belangrijk is evenzeer het reduceren van voedselverliezen in alle stadia die doorlopen worden. Zelfs tot en met de consument, aangezien voedselverliezen resulteren in een verder oplopende (cumulatieve) verspilling aan energie en CO2 naarmate men zich verder in de keten bevindt.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die leiden naar producten, processen, tools of nieuwe businessmodellen die resulteren in een hoog-efficiënte en duurzame keten.

Typisch kan dit concept worden ingevuld met projecten waar aardappelverwerkers en –handelaars in interactie met andere spelers in de aardappelwaardeketen (telers, toeleveranciers, handelaars, verwerkers en logistieke bedrijven) werken aan innovaties die leiden tot de ‘perfecte’ grondstofaanlevering en het reduceren van voedselverliezen vanop het veld, over de bewaring en productie tot bij de consument. De O&O activiteiten die aardappelverwerkers hier verwachten zijn toegepast onderzoek en ontwikkeling waarin piloottesten, demonstraties, vergelijkende studies en knelpuntanalyses kunnen opgenomen worden. Het enkele jaren geleden afgelopen Reskia project is een voorbeeld van een project dat aldus in dit concept zou passen. Het oplossen van knelpunten kan ook (voorafgaandelijk) ‘beyond state of the art’ onderzoek vergen die ‘oplossingsaanbieders’ (kennisinstellingen en technologiebedrijven) op zich kunnen nemen of via de ICON projectformule kunnen uitvoeren in samenwerking met aardappelverwerkers.

Internal watercircle 

Water is lang beschouwd geweest als een vanzelfsprekend voorhanden zijnde productiefactor. Maar ondertussen wordt Vlaanderen in internationale vergelijkingen ingedeeld bij de regio’s met een risico op waterschaarste en slinkende grondwatervoorraden. De aardappelverwerkende industrie is een belangrijk verbruiker van kwaliteitsvol water voor zijn processen en het is bijgevolg belangrijk dat bedrijven in de sector inzetten op verdere verduurzaming van hun watergebruik. Het accent ligt hierbij op het hergebruiken van water, het aanspreken van alternatieve waterbronnen en ook op het recupereren van energie en waardevolle componenten uit interne waterstromen van de bedrijven.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die bijdragen tot een geoptimaliseerd waterverbruik en -beschikbaarheid, waaronder het sluiten van interne waterkringlopen bij aardappelverwerkende bedrijven en -handelaars. Waar mogelijk gaat dit gepaard met opwaardering van waterrijke neven- en reststromen.

Het beoogde onderzoek biedt antwoorden op de vragen van de aardappelverwerkende en -verhandelende bedrijven rond waterbeheer en -recuperatie zodat zij hun water-footprint weten te verlagen. Daarbij aansluitend kan ontwikkelingswerk naar gepaste tools volgen om die kennis sectorbreed te implementeren en bedrijven concreet bij te staan in het optimaliseren van hun waterbeheer en – recuperatie. Daarnaast is er nood aan onderzoek naar waterbehandelingstechnologieën die het mogelijk maken om op een kostenefficiënte manier energie en/of waardevolle componenten uit interne waterstromen (inclusief de waterzuivering) van bedrijven in de sector te recupereren. Dit alles levert een bijdrage tot een duurzame (en kostenbesparende) procesoptimalisering bij de aardappelverwerkende bedrijven. Collectief O&O en collectieve kennisverspreidingsprojecten zijn het meest aangewezen om de kennis te vertalen naar een brede set van bedrijven in de sector. Samenwerking en overleg met watertechnologiebedrijven en -experten is hierbij onontbeerlijk. Binnen dit concept fungeert het Sucr’eau project als voorbeeld. Daarnaast speelt ook Smart WaterUse in op dit concept, maar richt zich tot een ruimere doelgroep van de voedingsindustrie.

Longlasting grow 

De aardappelverwerkers en -handelaars verwerken voor het grootste deel aardappelen die in ‘hun achtertuin’ groeien. Onze regio ligt dan ook centraal in de Europese ‘potato belt’, een uitgelezen teeltgebieden voor aardappelen op basis van bodemgesteldheid en klimaatsomstandigheden. De langleefbaarheid van de sector hangt dan ook grotendeels samen met die van de regionale aardappelproductie. Die aardappelteelt kent diverse uitdagingen: ziekte- en klimaatstress, risico op bodemmoeheid, onkruiddruk, variabele kiemkracht van pootgoed… Het feit dat de oplossingen uit het verleden meer en meer verlaten dienen te worden dwingt de sector en zijn toeleveranciers tot het zoeken van alternatieven: nieuwe gewasbeschermingsmiddelen en -concepten, gepaste irrigatietechnieken, alternatieve loofdoding… Er wordt werk gemaakt van innovaties, maar die houden risico’s in: onzekerheid over hun effectiviteit, het niet aangepast zijn aan de aardappelteelt, de economische haalbaarheid… Nieuwe technologie zoals precisielandbouw bieden dan weer perspectieven maar worden vooralsnog erg beperkt geïmplementeerd.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven innovaties die bijdragen tot een duurzame, lange termijn gegarandeerde regionale aardappelteelt ten behoeve van de aardappelverwerking.

Bij dit concept is praktijkgericht onderzoek op initiatief van of met een gedragenheid door aardappelverwerkende bedrijven aan de orde dat zich situeert in de context van het streven naar een zo duurzaam en productief mogelijk primaire deel van de keten. De focus ligt daarbij niet enkel puur op de teelt, maar tevens op factoren die daarrond spelen. Een voorbeeld van dat laatste is restaarde. Dit is aarde die aan toegeleverde aardappelen kleeft en bij aardappelverwerkers wordt afgezeefd of weggewassen. Het Restaarde Circulair II  project onderzoekt procesmatige (thermische) behadelingen van deze restaarde opdat aardappelverwerkers in staat zouden zijn om deze fytosanitair veilig terug ter beschikking van de telers te stellen. Het coock projecttype (Collectief O&O en Collectieve kennisverspreidingsprojecten) bleek hiervoor het meest aangewezen omdat zo de kennis vertaald kan worden naar een brede set van bedrijven in de sector. Voor pure teeltuitdagingen zijn LA-trajecten een optie. Daarnaast kunnen uiteraard ook aan de landbouw toeleverende bedrijven oplossingen uitwerken of uittesten via bedrijfsspecifieke O&O of in coöperatieve projecten met aardappelverwerkende bedrijven. Aan dat laatste kan altijd een stuk strategisch basisonderzoek van kennisinstellingen gekoppeld worden met de ICON projectformule.

Internet of potato

Het is niet langer science fiction: satellieten houden de aardappelteelt in het vizier, landbouwmachines combineren veldbehandelingen met gewasmonitoring, drones worden ingezet voor teeltopvolging, weerstations worden in het veld geplaatst... Al deze instrument bieden meer en meer aardappeltelers de mogelijkheid om hun percelen op een nog duurzamer wijze te bewerken. Een gelijkaardige technologische evolutie zien we ook in de verwerking van de aardappelen. Geheel passend in de ‘industry 4.0’ trend wordt daar ingezet op nieuwe sensor-, automatiserings- en robotiseringstechnologie om procesefficiëntie en -capaciteit op hogere niveaus te tillen. Al deze hoogtechnologische toepassingen genereren heel wat data, zo ook verderop in de volgende schakels van de keten tot finaal de consument . Het delen van (bepaalde van die) data door de verschillende spelers in het aardappelverwerkend voedselsysteem, gekoppeld met intelligente dataverwerking, biedt nieuwe mogelijkheden om bepaalde problematieken aan te pakken. Maar evenzeer kan dit leiden tot win-win situaties voor de verschillende ketenspelers en opportuniteiten genereren om de consument te bereiken.

Dit concept richt zich op O&O&I gedreven technologische innovaties die opportuniteiten van datageneratie (bijvoorbeeld sensoren, interface technologie, identificatietechnologie), datadelen en -management voor heel het aardappelverwerkend systeem ontsluieren of die algemeen bijdragen tot een flexibel, efficiënt genetwerkt aardappelverwerkend voedselsysteem. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk win-win situaties op alle niveaus in het systeem. Aandachtspunt is dat de datastromen en -analyses op een veilige manier realiseerbaar moeten zijn.

Dit concept voorziet haalbaarheidsstudies en verkennend onderzoek te initiëren rond datageneratie, -delen en -intelligentie die in het aardappelverwerkend systeem meerwaarde kan creëren naar productontwikkeling, procesoptimalisering, kwaliteitsbewaking, verduurzaming, dienstverlening en traceerbaarheid toe. Bijgevolg hoort ook het ontwikkelen van algoritmes om data om te zetten naar bruikbare informatie en kennis en inzicht tot de doelstellingen. Belangrijk is om de bevindingen aansluitend om te zetten naar sensibiliserende, demonstratieve en inspirerende acties. Daarnaast staat dit concept ook open voor toepassingsgericht onderzoek naar sensortechnologie, precisielandbouwtoepassingen en ‘industry 4.0’ technologie, waarbij typisch gestreefd wordt naar prototypeontwikkeling of het leveren van een ‘proof of concept’. Dit kan via specifieke projecten van oplossingsaanbieders’ (kennisinstellingen en technologiebedrijven) lopen of in coöperatieve projecten met aardappelverwerkende bedrijven.