ProFuNu
Met de steun van:


Onderzoek naar de impact van verwerkingsstappen van alternatieve eiwitbronnen op hun nutritionele en techno-functionele kwaliteit, oxidatieve stabiliteit en hun gezondheidseffect.
Onderzoeksaanpak en resultaten
De eiwittransitie is volop in beweging. Plantaardige en andere alternatieve eiwitbronnen winnen aan belang, gedreven door maatschappelijke, duurzaamheids- en gezondheidsuitdagingen. Vlees blijft voor veel consumenten een belangrijke referentie, onder meer omwille van de smaak, textuur en nutritionele waarde. Dit spanningsveld vormt een belangrijke uitdaging voor de ontwikkeling van kwalitatieve vleesalternatieven en hybride producten.
Om beter te begrijpen hoe alternatieve eiwitten zich verhouden tot vlees, werd het cSBO onderzoeksproject ProFuNu opgestart. In dit project bundelden onderzoekers van UGent, KU Leuven, ILVO, Thomas More en Flanders’ FOOD, met de steun van VLAIO, hun expertise om de impact van verwerkingsstappen op alternatieve eiwitbronnen en (hybride) producten systematisch te onderzoeken.
ProFuNu bracht hierbij in kaart hoe verschillende verwerkingsstappen alternatieve eiwitten beïnvloeden op vlak van nutritionele kwaliteit, techno functionele eigenschappen en oxidatieve stabiliteit, steeds in vergelijking met vlees. Daarbij werd gewerkt met eiwitbronnen die een sleutelrol spelen in de eiwittransitie, zoals erwt, meelworm, microalgen (spirulina) en mycoproteïne, evenals met hybride producten op basis van plantaardige eiwitten en vlees.
De samenwerking tussen de verschillende onderzoeksgroepen resulteerde in nieuwe, wetenschappelijk onderbouwde inzichten die relevant zijn voor zowel productontwikkeling als verdere innovatie binnen de voedingssector. De projectresultaten vormen een belangrijke basis voor toekomstige onderzoeks- en valorisatietrajecten rond duurzame en kwalitatieve eiwitproducten.
Doelgroep
Het project richtte zich enerzijds op ingrediëntenleveranciers met alternatieve eiwitten in hun gamma die interesse hebben om hun productieprocessen te optimaliseren zodat eiwitten van optimale nutritionele en functionele kwaliteit verkregen worden. Dit project was ook uitermate interessant voor de producenten van vleesanalogen en hybrideproducten omdat ze op basis van de resultaten eindproducten kunnen maken die volledig beantwoorden aan de eisen en de gezondheid van de klant. Vleesverwerkers hadden ook baat bij de verworven inzichten aangezien het hen zal helpen om vlees als een nutritioneel product van hoge kwaliteit te positioneren in de markt of om in de toekomst hybride- of alternatieve producten te ontwikkelen. Producenten van extractie- en extrusieapparatuur kunnen hun technieken optimaliseren op basis van de resultaten van ProFuNu. Aangezien onderzocht werd of processing een belangrijk effect heeft op eiwitoxidatie en of enzymatische crosslinking een gunstige impact heeft op de kwaliteit, behoorden tot slot leveranciers van additieven en enzymen ook tot de doelgroep van dit project.
Projectpartners
Flanders’ FOOD beheerde en coördineerde het onderzoeksproject. De wetenschappelijke uitvoering was in handen van:
- Het Laboratorium voor Diervoeding en Kwaliteit van Dierlijke Producten (LANUPRO) van de Universiteit Gent (Prof. Dr. Stefaan De Smet en Dr. Thomas Van Hecke)
- De Eenheid Technologie en Voeding van ILVO (Dr. Geert Van Royen)
- De onderzoeksgroep RADIUS van Thomas More (Dr. Sabine Van Miert)
- De onderzoeksgroep voor Technologie en Kwaliteit van Dierlijke Producten (TQAP) van KU Leuven (Prof. Dr. Ilse Fraeye)
- Het laboratorium voor levensmiddelentechnologie (LFT) van KU Leuven (Prof. Dr. Tara Grauwet)
- De onderzoeksgroep Enzym-, Fermentatie- en Brouwerijtechnologie (EFBT) van KU Leuven (Prof. Dr. Ilse Van de Voorde en Prof. Dr. Florian Weiland)






