Aroma-roots: aromatische wortelgewassen inzetbaar in de bio-economie

Met de steun van:

Combined Brand 2025_mos
Logo EU
Engelwortel aroma-roots

Via teeltoptimalisatie, rassenproeven en het in kaart brengen van de valorisatiemogelijkheden wil Aroma-roots areaaluitbreiding van mierik, lavas en de grote engelwortel in Vlaanderen stimuleren.

Waarom dit project?

Vlaamse landbouwers zijn actief op zoek naar gewassen om hun teeltdiversificatie en -rotatie te verruimen omwille van vergroeningsmaatregelen die door de EU worden opgelegd. Het afwisselen van verschillende teelten voorkomt namelijk dat de bodem uitgeput raakt en houdt ziektes en plagen binnen de perken.

Mierik (Armoracia rusticana), lavas (Levisticum officinale) en de grote engelwortel (Angelica archangelica) zijn drie aromatische wortelgewassen die als nieuwe teelt binnen een rotatieschema kunnen geïntroduceerd worden. In België is er van oudsher een traditie om geneeskrachtige kruiden te telen. Zo zijn er in de Vlaamse Ardennen en in Pays des Collines nog enkele telers actief om mierik, lavas en de grote engelwortel te telen. Maar in totale oppervlakte zijn de arealen van deze kruiden erg beperkt, vooral in het Vlaams gewest.

Nochtans kan de contractteelt van deze wortelgewassen een inkomenszekerheid voor de teler bieden. En zowel vers plantmateriaal als geëxtraheerde aroma’s worden in tal van food en non-food producten verwerkt. Er zijn behoorlijk wat afzetmarkten en bovendien zijn Belgische smaak- en extractiebedrijven actief op zoek naar kwalitatieve lokaal geteelde kruiden.

Kortom de teelt van wortelgewassen kan dus een belangrijke bijdrage bieden aan de rendabiliteit van Vlaamse landbouwbedrijven.

Maar aangezien het hier om nicheteelten gaat, is de teelttechnische kennis bij de landbouwers en het rassenaanbod nog vrij beperkt. Er werd daarom een nood gedetecteerd aan zowel uitwisseling van kennis tussen de landbouwers onderling als nieuwe input uit kennis vanuit andere landen en het onderzoek die kan uitgetest worden op proefpercelen.

Doelgroep

Aroma-roots richt zich in eerste instantie tot de primaire sector, meer specifiek tot de telers van openlucht gewassen. Hiervoor komen zowel gangbare, als biologische bedrijven in aanmerking ongeacht hun bedrijfsgrootte.

In tweede instantie wil Aroma-roots extractiebedrijven aanspreken die de aroma’s uit de wortelgewassen verwerken tot stabiele halffabricaten, zoals essentiële oliën.

De derde categorie van doelgroep zijn de industrieën die het verse materiaal of de aroma’s verwerken tot een eindproduct. De 3 wortelgewassen kunnen hun toepassing vinden in de voedingsindustrie, de veevoederindustrie, de voedingssupplementenindustrie, de drankenindustrie, de farmaceutische en cosmetische industrie en de biogewasbeschermingsindustrie.

Met Aroma-roots willen we de opbrengststabiliteit en rendabiliteit verhogen voor de primaire producent en tegelijkertijd een stabiel kwaliteitsproduct aanleveren aan de verwerkende bedrijven. Via matchmaking brengen we landbouwers met bedrijven in contact zodat de landbouwer zeker is van zijn afzetkanaal bij deze vernieuwende wortelteelt en de verwerkende bedrijven kunnen rekenen op de nodige aanvoer van kwaliteitsvolle grondstoffen.

Onderzoeksaanpak en resultaten

Aroma-roots was een landbouw (LA) traject waarbij in het project kennis werd opgebouwd rond de teelt, kwaliteit en oogstbaarheid van mierik, lavas en grote engelwortel, met als doel de Vlaamse praktijk beter te ondersteunen. De resultaten tonen aan dat deze wortelgewassen potentieel hebben, maar dat verdere optimalisatie en herhaling van proeven noodzakelijk blijven om robuuste teeltadviezen te formuleren. Er werd daarnaast ook gekeken naar het potentieel van valorisatie van alle (neven)biomassastromen die de gewassen opleveren. Tijdens het project stond kennisdeling en uitwisseling tussen de onderzoekers, telers en verwerkers centraal.

Rassen en teeltpotentieel
Voor grote engelwortel bleek geschikt zaaizaad schaars en vaak van wisselende kwaliteit. De kiemkracht is beperkt in tijd, wat betekent dat telers best zelf zaaizaad vermeerderen zodra een goede zaadstock beschikbaar is. Bij mierik, dat vegetatief wordt vermeerderd, werken telers voornamelijk met eigen plantmateriaal of in het project via uitwisseling binnen de telersgroep. Rassen- en ecotypeproeven tonen duidelijke verschillen in opbrengst, met voor mierik variaties tussen 10 en 20 ton/ha en voor grote engelwortel opbrengsten tussen 10 en 15 ton/ha. Bij lavas werden opbrengsten van 17 tot 21 ton/ha gemeten. Voor alle gewassen geldt dat de beschikbare data nog beperkt is en dat herhaling over meerdere seizoenen nodig is om betrouwbare rassenkeuzes te kunnen maken, zeker in combinatie met oliegehalte.

Mechanisatie en teelttechniek
Een van de grootste uitdagingen bij grote engelwortel is een uniforme opkomst. Trage en gespreide kieming, gecombineerd met hoge onkruiddruk, bemoeilijkt directe uitzaai. Uitplanten vanuit een wachtbed leverde een uniformer gewas op, maar vraagt meer arbeid. Voor mierik bleek de aanplant met verschillende wortelgroottes mogelijk: grotere wortelstukken zorgen voor een snellere opkomst, maar leiden niet tot een significant hogere opbrengst. De keuze voor aanplantmethode hangt sterk samen met beschikbare mechanisatie.

Aanaarden kort na zaai of aanplant blijkt voor zowel mierik als grote engelwortel belangrijk, onder meer voor onkruidonderdrukking en oogstbaarheid. Teelt op ruggen vergemakkelijkt de oogst bij mierik en resulteerde in hogere opbrengsten tijdens natte jaren, maar bij grote engelwortel gaf vlakkeveldsteelt in droge omstandigheden betere resultaten. Dit wijst op een duidelijke interactie tussen teeltsysteem en weersomstandigheden.

Onkruidbeheersing
De trage jeugdgroei van deze gewassen maakt onkruidbeheersing cruciaal. Voor elk gewas was een combinatie van chemische en mechanische onkruidbeheersing nodig om goede resultaten te halen.

Oogst en kwaliteit
Bij de oogst van grote engelwortel werden verschillende rooitechnieken getest. Beddenrooiers zorgen voor een volledige rooi, maar met veel vervuiling, terwijl witloofrooiers een properder product opleveren maar minder diep rooien. Met technische aanpassingen lijkt verdere optimalisatie mogelijk. Voor mierik blijft de opslag in de volgteelt een aandachtspunt.

Uit industriële bevragingen blijkt dat voor de kwaliteit van de wortels en de olie dat zuiverheid, afwezigheid van residuen en een consistent product essentieel zijn. Voor aromatoepassingen is het etherisch oliegehalte doorslaggevend. Rassen, oogsttijdstip en bewaring hebben hierop een duidelijke invloed. Bij mierik werd het hoogste oliegehalte gemeten in het najaar van het eerste teeltjaar, wat perspectief biedt voor het herbekijken van de teeltduur. Bewaring leidt tot vochtverlies en schimmelvorming, maar ook tot een stijging van het oliegehalte, wat verdere studie vereist.

Economische haalbaarheid
Op basis van de verzamelde teeltgegevens werd een economische analyse uitgevoerd voor mierik en grote engelwortel. In het algemeen kan worden gesteld dat vooral de mate van mechanisatie en de uiteindelijke opbrengst bepalend zijn voor het economisch resultaat van de teelt. Wanneer telers beschikken over voldoende eigen mechanisatie kunnen bepaalde kosten worden beperkt, terwijl een hogere en stabielere opbrengst rechtstreeks bijdraagt aan een beter arbeidsinkomen. Ziekte- en onkruiddruk, weersomstandigheden en een nog niet volledig geoptimaliseerde teelttechniek vormen daarbij belangrijke risicofactoren. De analyses bevestigen dat deze teelten economisch kwetsbaar zijn bij opbrengstverliezen, maar tegelijk potentieel rendabel kunnen worden indien verdere optimalisatie erin slaagt de opbrengst te verhogen en te stabiliseren.

Multivalorisatie
Naast teelt- en kwaliteitsoptimalisatie toont het project duidelijk aan dat de teelt van aromatische wortelgewassen gepaard gaat met een brede waaier aan biomassastromen die vandaag nog onvoldoende worden benut. Er werd een gids ontwikkeld rond multivalorisatie die deze stromen voor mierik, grote engelwortel en lavas systematisch in kaart brengt en toont dat zowel hoofdproducten als nevenstromen (zoals bladeren, stengels en niet-marktklare wortelfracties) waardevolle aromatische en bioactieve componenten bevatten. Door mogelijke toepassingen en verwerkingsroutes te identificeren, biedt de gids concrete handvaten om reststromen beter te valoriseren. Dit creëert kansen voor een meer circulaire en economisch rendabele teelt, en ondersteunt telers en verwerkers bij het ontwikkelen van nieuwe afzet- en verdienmodellen.

Verwerking en inspiratie
Chef-koks Frank Fol en Dagny Ros ontwikkelden 13 inspirerende recepten met de gewassen, die werden  gebundeld  in een receptenboek. Dit receptenboek kan aangevraagd worden bij Flanders’ FOOD. 

Samengevat tonen de resultaten aan dat mierik, lavas en grote engelwortel kansen bieden voor Vlaamse telers en verwerkers, maar dat teeltzekerheid sterk afhangt van zaad- en plantmateriaal, teelttechniek, onkruidbeheersing en oogstmethode. Verdere proeven en opschaling zijn nodig om deze gewassen duurzaam en economisch rendabel in te passen in de Vlaamse landbouwpraktijk.

Toegang tot de projectresultaten

Het project eindigde op 31 december 2025. De projectresultaten worden verzameld op het aroma-roots platform.

Altijd al willen weten hoe je aromatische kruiden kan kweken? Ga dan even kijken op het Aroma-roots platform. Je ontdekt er teeltfiches van lavas, grote engelwortel en mierik. De nieuwste teeltinfo is in de loop van het project toegevoegd.

Dataplatform Aroma-roots

Vervolgacties

Tijdens het aroma-roots project werden de eerste stappen gezet in het onderzoek naar het uitbouwen van een rendabele teelt en verwerkingsketen. Er zijn echter nog verschillende uitdagingen die extra inzicht vereisen. Daarom is er een vervolgproject opgezet Sapiroot. Het uiteindelijke doel van Sapiroot is het verder optimaliseren van de teelt van mierik en grote engelwortel, zodat deze gewassen voldoende robuust en agronomisch betrouwbaar worden voor praktijktoepassing. Op teelttechnisch vlak dienen nog verschillende aspecten verder te worden uitgeklaard, onder meer met betrekking tot opbrengststabiliteit, kwaliteitsparameters en oogst- en bewaarstrategieën.

Daarnaast is het noodzakelijk om bijkomende applicatiedomeinen te ontwikkelen, zodat een voldoende brede en stabiele afzetmarkt wordt gecreëerd voor de wortelgewassen en eventuele nevenstromen. Vanuit de voedingsindustrie is er in het bijzonder interesse in het gehalte en de kwaliteit van de aromatische olie.

Projectpartners

Flanders’ FOOD beheerde en coördineerde het project. De uitvoering was in handen van:

Contactpersoon

hannah

Hannah Vandewiele

Innovation manager