GraanWaardig: hoe bodemkwaliteit meebepaalt wat onze tarwe oplevert

graanwaardig

GraanWaardig laat zien hoe bodemgezondheid de sleutel vormt tot gezond graan, eerlijke opbrengsten en sterke samenwerking in de keten. Via regeneratieve teelt, bodemmonitoring en een vernieuwend prijsdenken bouwen landbouwers en bakker samen aan een toekomstgericht graansysteem.

Van regeneratieve teelt tot eerlijk brood

De prestaties van een graangewas worden nooit door één factor bepaald. Rassenkeuze, zaaidichtheid, moment van bemesting en gewasbescherming spelen een rol, maar ook bodemkwaliteit en weersomstandigheden zijn bepalend. Binnen het EIP-project GraanWaardig brachten landbouwers, bakkerij BroodNodig, ILVO, INBO en Flanders’ FOOD deze complexiteit samen in de praktijk. Het project vertrok vanuit een gedeelde ambitie: een lokaal en duurzaam graansysteem uitbouwen dat rekening houdt met bodemgezondheid, landbouwpraktijk, de verwerkende sector én de consument.

Tien landbouwers teelden tarwe (voornamelijk oude graansoorten) volgens agro-ecologische principes, met bijzondere aandacht voor regeneratief bodembeheer. Door systematische bodemmonitoring werd onderzocht in welke mate de bodemkwaliteit van individuele percelen het opbrengstpotentieel van het graan beïnvloedt. 

Bodemkwaliteit objectief en integraal gemeten

Bodemgezondheid wordt omschreven als het vermogen van de bodem om te reageren op landbouwpraktijken op een manier die niet alleen de landbouwproductie ondersteunt, maar ook bredere ecosysteemdiensten in stand houdt (Cárceles Rodríguez et al., 2022). Om de bodemkwaliteit op een onderbouwde manier te beoordelen, ontwikkelde ILVO binnen GraanWaardig een geïntegreerde beoordelingsmethodiek. Daarbij werd bewust gekozen voor een combinatie van chemische, fysische en biologische parameters, zodat bodemkwaliteit niet herleid werd tot één enkel kengetal.

Chemisch werd gekeken naar onder meer organisch koolstofgehalte, pH en de beschikbaarheid van nutriënten (Figuur 1), met onderscheid tussen direct beschikbare voedingszouten en potentieel vrijkomende nutriënten via mineralisatie. De fysische toestand van de bodem werd beoordeeld via bulkdichtheid in de bouwlaag, penetrometermetingen tot 80 cm diepte en de calcium-magnesiumverhouding, die bepalend is voor poriënverdeling, en daarmee voor het waterbergend vermogen, de beluchting en de drainage. Een te hoog magnesiumaandeel kan leiden tot een te compacte bodemstructuur met weinig grove poriën, wat nadelig is voor wortelgroei en waterafvoer. Biologisch werd bodemleven in kaart gebracht via regenwormentellingen en via PLFA (Phospholipid Fatty Acid) analyses, die inzicht geven in de totale biomassa en de samenstelling van de microbiële gemeenschap.

beschikbaarheid nutrienten in de bodem

Figuur 1: De beschikbaarheid van nutriënten in de bodem gemeten op 10 percelen in de bodemlagen 0-30 cm en 30-60 cm (Bron: ILVO). 

Elke parameter werd gescoord ten opzichte van vooraf vastgelegde streefzones. Door deze scores te combineren, ontstond per perceel één globale bodemkwaliteitsscore (GL-score, Figuur 2), waarmee percelen onderling konden worden vergeleken.

De resultaten van deze bodemanalyses bleven niet beperkt tot rapportering. ILVO koppelde de resultaten actief terug via individuele gesprekken en groepsmomenten, en relateerde ze met de landbouwers aan hun teeltpraktijk en verbeteropties op vlak van bodembeheer (bemesting, bodembewerking en gewassenkeuze). De onderliggende visie daarbij was helder: een gezonde bodem vormt de basis voor gezond graan, zowel op vlak van opbrengst als van nutritionele kwaliteit. 

bodemkwaliteitsscore

Figuur 2: Globale bodemkwaliteitsscore (GL-score) voor 10 landbouwpercelen (Bron: ILVO).
OC= organische koolstof
pH KCl= zuurtegraad
BD = bulkdensiteit
PLFA = phospo lipid fatty acids 

Bodemkwaliteit als verklarende factor voor opbrengst (Figuur 3)

De globale bodemkwaliteitsscore van de onderzochte percelen varieerde van laag tot zeer hoog. Deze rangschikking werd vergeleken met de rangschikking van de percelen op basis van graanopbrengst, waarbij expliciet rekening werd gehouden met variëteit en inzaaidatum.

Daarbij werd een duidelijke mate van overeenstemming vastgesteld. Percelen met een hogere bodemkwaliteit vertoonden doorgaans een hoger opbrengstpotentieel dan percelen met een lagere bodemkwaliteit. Dit werd onder meer zichtbaar bij Mariagertoba, een populatietarwe die als referentie op meerdere percelen werd geteeld, zowel zomergraan als wintergraan.

Hoewel het aantal percelen te beperkt was om statistisch sluitende conclusies te trekken en meerdere variabelen tegelijk een rol spelen, tonen de resultaten wel een consistente trend, met name dat bodemkwaliteit bepalend blijkt voor het opbrengstpotentieel ongeacht verschillen tussen percelen in teeltmaatregelen en weersomstandigheden. De binnen GraanWaardig ontwikkelde methodologie om bodemkwaliteit te scoren zal daarom door ILVO verder worden uitgetest en verfijnd in vervolgprojecten, waaronder het Basta!-project

samenhang tussen factoren die bepalend zijn

Figuur 3: Samenhang tussen factoren die bepalend zijn voor opbrengst en kwaliteit van graan (Bron: ILVO).

Biodiversiteit: waardevol maar contextafhankelijk

Ook biodiversiteit werd binnen het project opgevolgd door INBO, met een sterke focus op regenwormen. Daarbij werd duidelijk dat dergelijke metingen sterk weersafhankelijk zijn en vaak een momentopname vormen. Tijdens droge perioden werden nauwelijks regenwormen waargenomen, terwijl na vochtige omstandigheden duidelijke verschillen tussen percelen zichtbaar werden.

Ondanks die variabiliteit bevestigden de metingen dat bodemleven sterk verschilt van perceel tot perceel en samenhangt met bodembeheer. Biodiversiteit werd binnen GraanWaardig nog niet vertaald naar een expliciete economische parameter binnen het prijsmodel, maar wordt wel erkend als een essentiële pijler van bodemkwaliteit en als randvoorwaarde voor een veerkrachtig landbouwsysteem op lange termijn.

Meer dan meten: bodemdata als basis voor samenwerking

Binnen GraanWaardig bleef bodemmonitoring niet beperkt tot dataverzameling. De resultaten vormden een belangrijke basis voor dialoog binnen de operationele groep en voor kennisuitwisseling tussen landbouwers onderling en tussen landbouwers en de bakker.

Die uitwisseling was cruciaal voor de verkenning van een eerlijk en duurzaam prijsmodel voor graan. Daarbij werd expliciet afstand genomen van het streven naar maximale opbrengsten. In plaats daarvan werd, geïnspireerd door het drietrapsmodel dat door bakker Marc Van Eeckhout werd uitgewerkt, gezocht naar een ‘sweet spot’: een opbrengstniveau dat economisch leefbaar is voor de landbouwer, maar tegelijk toelaat om zowel bodem als graan gezond te houden op lange termijn.

Te lage opbrengsten zijn economisch niet houdbaar, terwijl te hoge opbrengsten vaak gepaard gaan met uitputting van de bodem, een verhoogd ziekterisico en een daling van de nutritionele kwaliteit van het graan. GraanWaardig bevestigde dat net in die evenwichtszone – met aandacht voor bodemkwaliteit, variëteitskeuze en teeltpraktijk – de grootste meerwaarde ontstaat, zowel voor landbouwer als voor bakker, alsook voor de consument.

Granen als sleutelgewas in de rotatie

Een belangrijke praktijkles uit het project is de rol van granen in de rotatie. Granen fungeren als rustgewas, zijn diep wortelend en laten toe om bodems te bewerken op momenten die gunstig zijn voor structuur en draagkracht. In combinatie met groenbedekkers en organische bemesting dragen ze bij aan organische stofopbouw, een betere bodemstructuur en een lager risico op stikstofverliezen.

De resultaten tonen ook aan dat bodemkwaliteit geen statisch gegeven is. Met een doordachte combinatie van maatregelen kan op relatief korte termijn verbetering worden gerealiseerd, zowel in organische stof, microbiële biomassa als bodemstructuur.

Inspiratie voor agro-ecologische transitie en consumenten

Op langere termijn wordt verwacht dat GraanWaardig een zaadje heeft geplant om meer landbouwers te inspireren en te ondersteunen in de agro-ecologische transitie. Door praktijkervaring te combineren met meetbare bodemdata en intensieve kennisdeling werd aangetoond dat regeneratieve graanteelt haalbaar is binnen een lokaal verankerde keten.

Tegelijk blijft bakkerij BroodNodig haar missie consistent communiceren bij verschillende retailers. Door consumenten actief mee te nemen in het verhaal van bodemgezondheid, lokale samenwerking en voedzamer brood groeit het begrip voor de achtergrondwaarde van het product en de bereidheid om een meerprijs te betalen voor brood dat niet alleen nutritioneel kwalitatief is, maar ook bijdraagt aan een duurzamer landbouwsysteem.

Een stap richting toekomstbestendige graanketens

Het project toont hoe de samenhang tussen graan, boer en bodem centraal kan staan in de ontwikkeling van toekomstbestendige graanketens, en hoe objectieve bodemdata daarbij een verbindende rol kunnen spelen.

Een volgende stap ligt in verdere begeleiding van landbouwers, ondersteund door datatools en agronomische expertise, zodat bodemkwaliteit niet alleen gemeten, maar ook gericht gestuurd kan worden – van perceel tot brood.

Het ESA 2026-congres (European Society for Agronomy)

Van 24 tot 28 augustus vindt het ESA-congres in Estland plaats. Dit internationale wetenschappelijke congres focust op agronomie, met bijzondere aandacht voor de toekomst van duurzame en veerkrachtige landbouwsystemen. ILVO zal de monitoringsstrategie voor bodemkwaliteit binnen het GraanWaardig-project presenteren tijdens het congres. Meer info hierover kan hier geraardpleegd worden. 

Bronnen

Cárceles Rodríguez, B., Durán-Zuazo, V. H., Soriano, M., & García-Tejero, I. F. (2022). Conservation agriculture as a sustainable system for soil health: A reviewSoil Systems, 6(4), 87. https://doi.org/10.3390/soilsystems6040087

Wezel, A., Casagrande, M., Celette, F., Vian, J.-F., Ferrer, A., & Peigné, J. (2014). Agroecological practices for sustainable agriculture: A review. Agronomy for Sustainable Development, 34(1), 1–20. https://doi.org/10.1007/s13593-013-0180-7