Biomassa in beweging: Samenwerking als motor voor een sterke bio-economie

Bioeconomy GIANTS logo

Hoe kan samenwerking in de keten bijdragen aan een sterkere bio‑economie? Tijdens de GIANTS Kick‑Start workshop brachten landbouwers, bedrijven en kennispartners hun inzichten samen rond de valorisatie van biomassa en nevenstromen, en verkenden ze gedeelde knelpunten en hefbomen voor samenwerking.

Biomassa in beweging: inzichten uit de GIANTS Kick‑Start workshop

BIOECONOMY GIANTS is een CBE-JU-project dat wil bijdragen aan sterkere, circulaire waardeketens door landbouwers en andere primaire producenten actiever te betrekken in de valorisatie van biomassa en nevenstromen. Het project vertrekt vanuit concrete regionale contexten en zet sterk in op samenwerking tussen actoren in de keten, met aandacht voor zowel technologische, economische als organisatorische randvoorwaarden.

Om die samenwerking op gang te brengen, organiseerde Flanders’ FOOD op 2 februari 2026 een GIANTS Kick‑Start workshop in de Bio Base Europe Pilot Plant in Gent. De workshop “Biomassa in beweging: samenwerking als motor voor een sterke bio‑economie” bracht landbouwers, coöperaties, bedrijven, technologieaanbieders, clusters en kennisinstellingen samen rond één centrale vraag: hoe kunnen biomassa en nevenstromen via samenwerking beter worden gevaloriseerd?

Opzet van de dag: samen inzicht opbouwen

De Kick‑Start workshop werd opgevat als een interactieve co‑creatiesessie en volgde een gestructureerde methodiek met drie opeenvolgende fases: Discover, Define en Deliver. Deze aanpak liet toe om stap voor stap van inventarisatie naar prioritering en richtinggevende inzichten te evolueren.

De workshop werd georganiseerd in samenhang met BIOLOOP en GRAPPA, twee andere bio‑economieprojecten waarin Flanders’ FOOD betrokken is. Hun aanwezigheid zorgde voor extra inhoudelijke verdieping, maar het opzet en de doelstelling van de dag bleven duidelijk gericht op het verkennen van GIANTS‑relevante uitdagingen en kansen.

Eerste deel workshop: Discover – wat ligt vandaag onderbenut in Vlaanderen?

In de Discover‑fase brachten de deelnemers een gedetailleerd beeld samen van de biomassastromen die vandaag in Vlaanderen beschikbaar zijn, maar onvoldoende gevaloriseerd worden. Opvallend was de breedte én de herhaalbaarheid van de voorbeelden: vrijwel elke deelnemer herkende meerdere stromen uit de oefening.

De meest genoemde en dominante stromen waren:

  • Suiker‑ en koolhydraatrijke stromen, zoals wei en suikerbietfracties, met een groot volume maar beperkte lokale valorisatie.
  • Vezelrijke stromen, waaronder stro, hennep, miscanthus en andere lignocellulosische resten, worden vaak laagwaardig ingezet.
  • Overproductie en off‑spec groenten en aardappelen (o.a. tomaat, prei, biet, aardappel, courgette), sterk seizoensgebonden en moeilijk afzetbaar.
  • Digestaat en biosludge, in het bijzonder de vaste fractie, waarvoor toepassingen onder druk staan.
  • Industriële reststromen zoals aardappelschillen, brouwersdraf en proceswater.
  • Microbiële en organische reststromen, waaronder spent yeast, mycelium en biochar.

Wat deze stromen gemeen hebben, is dat ze vaak nat, bederfelijk, seizoensgebonden en versnipperd zijn. De oefening maakte duidelijk dat het probleem niet zozeer schaarste is, maar overvloed zonder structuur.

Tweede deel workshop: Define – welke hindernissen blokkeren valorisatie?

In de Define‑fase werden de hindernissen gegroepeerd en geprioriteerd. Daarbij kwam een opvallend consistent beeld naar voren over sectoren heen. Vier categorieën sprongen er duidelijk uit.

Technologie

De grootste uitdaging ligt bij het stabiliseren van stromen. Hoge vochtgehalten, snelle bederfbaarheid en kwaliteitsvariatie maken verwerking moeilijk. De nood aan decentrale voorbewerking (persen, drogen, fermenteren, fractioneren) werd herhaaldelijk genoemd, net als het ontbreken van demonstratie‑infrastructuur.

Logistiek

Kleine, verspreide en tijdelijke volumes zorgen voor hoge transportkosten en inefficiënte ketens. De vraag “wie betaalt het transport?” kwam expliciet terug, net als het probleem van onduidelijk eigenaarschap van reststromen.

Regelgeving

Deelnemers ervaarden tegenstrijdige en onduidelijke regels rond nevenstromen en end‑of‑waste als een van de grootste blokkades. Concreet werd verwezen naar beperkingen op digestaat (o.a. door microplastics), complexe vergunningstrajecten en onzekerheid over wat wettelijk als product mag worden ingezet.

Businessmodellen

Veel valorisatieroutes stranden op investeringsrisico en gebrek aan schaal. Er is onvoldoende kapitaal voor eerste pilots, weinig zekerheid over afzet en te weinig samenwerking om risico’s te delen. De nood aan echte win‑winmodellen voor landbouwers, verwerkers en afnemers werd sterk benadrukt.

Derde deel workshop: Deliver – welke hefbomen werden als meest kansrijk gezien?

In de Deliver‑fase focusten de deelnemers niet op individuele projectideeën, maar op structurele hefbomen die meerdere problemen tegelijk kunnen aanpakken. 

Enkele oplossingen kwamen opvallend vaak terug:

  • Eerste verwerking dicht bij de bron, om volume en bederf te reduceren vóór transport.
  • Regionale biomassahubs, met duidelijke afspraken over eigenaarschap, logistiek en kostenverdeling.
  • Nieuwe rollen in de keten, zoals een neutrale ‘facilitator’ die samenwerking actief organiseert.
  • Gerichte en samenhangende financiering, om eerste pilots onder lagere risicodruk te krijgen.
  • Betere afstemming tussen innovatie en regelgeving, via structurele dialoog tussen innovators en beleidsmakers.

Een terugkerend inzicht was dat technologie alleen niet volstaat. Zonder organisatie, vertrouwen en duidelijke rollen blijven oplossingen fragmentarisch.

Wat nemen we mee uit de GIANTS Kick‑Start workshop?

De workshop bevestigde dat Vlaanderen geen tekort heeft aan biomassa, ideeën of technologie. De grootste uitdaging ligt in het verbinden van stromen, actoren en randvoorwaarden. Seizoensgebondenheid, regelgeving en logistiek zijn geen geïsoleerde problemen, maar systeemuitdagingen.

De GIANTS Kick‑Start workshop bracht deze complexiteit expliciet samen en legde een gedeeld vertrekpunt vast voor vervolgacties. De sterke interesse in vervolgacties, zoals regionale hubs, gezamenlijke pilootprojecten en verdere samenwerking, onderstreept dat de nood aan structurele oplossingen breed wordt gedeeld.

Bioeconomy Giants workshop
BioEconomy Giants partners
Circular BioBased Europe banner