FLANDERS' FOOD RADAR

Kansen en uitdagingen voor een eiwittransitie

    Eiwittransitie, ofte: een update doen van de manier waarop eiwitten – dierlijke én niet-dierlijke – geproduceerd en geconsumeerd worden. Dat houdt ook in dat er tal van opportuniteiten voor O&O in de voedingsindustrie in zitten. Wij tekenden ze uit tot een roadmap.

    Waarom een roadmap Eiwittransitie?

    Met een wereldbevolking die blijft toenemen, blijft ook de vraag naar voedsel toenemen, en dus ook de vraag naar eiwitten. Om aan die vraag te kunnen voldoen, en dat onder veranderende en minder voorspelbare klimaatomstandigheden, moeten we de manier waarop we eiwitten produceren en consumeren herdenken en verduurzamen. Daarbij moeten we niet alleen rekening houden met duurzaamheidsaspecten zoals de emissie-uitstoot, de biodiversiteit, het land en watergebruik dat we willen verminderen en de energie-efficiëntie van onze voedselproductie. We willen de mensen ook gezonde producten met een goede smaak en textuur kunnen aanbieden. Daarnaast moet de productie ook op economisch vlak haalbaar zijn om succesvol te kunnen zijn op de markt. Veel aspecten dus om rekening mee te houden.

    Een eiwittransitie dient zich aan: We kunnen namelijk niet iedereen blijven voeden met hoofdzakelijk dierlijke eiwitten in hun dieet. Dit wil niet zeggen dat dierlijke eiwitten helemaal uit ons voedingspatroon moeten verdwijnen, zolang deze dierlijke productie, en de productie van het veevoeder, zelf ook voldoende duurzaam kunnen gebeuren.  

    In de studie ‘Eiwittransitie in Vlaanderen’ uit 2018, uitgevoerd door Technopolis en Blonk Consultants in opdracht van de Vlaamse regering (hier te downloaden) werd vastgesteld dat er in Vlaanderen nog heel wat (onderbenutte) opportuniteiten zitten in de eiwittransitie, voor de voedingsindustrie maar ook de landbouw, biotech en onderzoek. Flanders’ FOOD ging ermee aan de slag en stelde er een roadmap over op! 

    Om wat te duiden: Onder een roadmap verstaan we bij Flanders’ FOOD een strategische onderzoeks- en innovatieagenda die de voedingsindustrie ondersteunt binnen een specifieke keten of thema. De roadmap bestaat uit een aantal concepten, zijnde mogelijke manieren om in te spelen op het thema. Elke roadmap stelt een doelstelling voorop, waar we over een tijdshorizon van 10 jaar wensen te staan rond dat thema. Via een combinatie aan onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, disseminatie-, demonstratie- en implementatie-acties op initiatief van de industriële en academische leden van Flanders’ FOOD proberen we samen de puzzel van elk concept te leggen. Projectideeën zijn steeds welkom!

    ALGEMENE DOELSTELLING VAN DE ROADMAP EIWITTRANSITIE

    De globale doelstelling van deze roadmap, het versnellen van de eiwittransitie in Vlaanderen, heeft misschien nog wat verduidelijking nodig.

    Ten eerste over wat verstaan wordt onder eiwittransitie. In deze context is het begrip eiwittransitie breed ingevuld: het omvat zowel een verschuiving naar een voedingspatroon dat minder afhankelijk is van dierlijke productie, als een verduurzaming en meer circulair opgevatte invulling van de dierlijke productie. De aanbevelingen uit het ‘planetary health diet’ vormen daarbij een leidraad, en de invulling moet er dan ook op gericht zijn dat de verschuiving een verduurzaming inhoudt, en nutritioneel verantwoord is.

    Ten tweede de ecologisch én economische insteek van de versnelling. De economische haalbaarheid is namelijk essentieel. De eiwittransitie kan de positie van de Vlaamse voedingsindustrie als innovatieve en exportgerichte speler in de wereld verder versterken, en door zijn kwalitatief aanbod een naam krijgen als koploper op dit gebied.

    7 CONCEPTEN VOOR EEN EIWITTRANSITIE

    Met 7 concepten, gaande van de mogelijkheden binnen de primaire productie over de verwerking tot de maatschappelijke impact, willen we ervoor zorgen dat Vlaanderen volop op deze opportuniteiten inzet.

     

    Deze concepten werden opgesteld samen met het roadmap comité, bestaande uit een aantal vertegenwoordigers van de industrie, de ‘captains of industry’ (Guido Bresseleers - Ter Beke; Stefaan Deraeve - La Vie est Belle; Heidi Jacobs – Cosucra; Gil Rogiers – Milcobel), vertegenwoordigers uit de onderzoekswereld (Jan Delcour & Kristof Brijs – KU Leuven; Lieve Herman – ILVO; Korneel Rabay – Ugent) en vertegenwoordigers uit de maatschappij  (Laurens De Meyer – Bond Beter Leefmilieu; Gert Engelen – Rikolto).

    Om onze afhankelijkheid van het buitenland van eiwitrijke gewassen voor voeding en veevoeding te beperken, moeten we meer inzetten op de lokale teelt ervan, rekening houdende met de economische haalbaarheid, het klimaat, het beperkte landbouwareaal, de eiwitopbrengst en -samenstelling, de waarde van de nevenstromen (bv. dubbeldoelgewassen), enz…

    Hiermee willen we het teeltareaal aan eiwitrijke gewassen in Vlaanderen verhogen met optimale opbrengst, functionaliteit en (nutritionele) kwaliteit. In eerste instantie komt het erop aan om te identificeren welke gewassen potentieel bieden om te telen als eiwitrijk gewas in Vlaanderen. Bij diegene die dat potentieel hebben, kan verder uitgediept worden welke variëteiten de meeste opportuniteiten bieden, of kunnen nieuwe variëteiten ontstaan die beter aangepast zijn aan het lokale klimaat, een hogere (eiwit)opbrengst leveren, een nutritioneel betere (eiwit)samenstelling en/of betere functionele eigenschappen hebben.

    Onder andere door combinaties te maken van exploratieve en haalbaarheidsstudies en landbouwonderzoek kunnen nieuwe opportuniteiten ontstaan voor de lokale teelt van eiwitrijke gewassen. Daarnaast zal ook fundamenteel onderzoek naar, en ontwikkeling van nieuwe variëteiten van bestaande gewassen met een specifieke focus op de nutritionele en eiwitsamenstelling een bijdrage leveren in dit concept.

    Om ons voedselpatroon, en ons voedselsysteem zo divers mogelijk te houden is het belangrijk dat we ons niet alleen beperken tot plantaardige bronnen, maar ook gaan kijken welke andere interessante eiwitbronnen er zijn, en hoe die zo efficiënt mogelijk geteeld kunnen worden.

    Hiermee willen we komen tot meer integratie van nieuwe eiwitbronnen, anders dan plantaardige, in onze voeding en in veevoeding. Naast de plantaardige eiwitten zijn heel wat interessante opportuniteiten te vinden in de kweek van microbiële cellen, algen en schimmels, maar ook de dierlijke celculturen. Daarnaast kan ook gekeken worden naar de consumptie van ‘lagere’ diersoorten zoals insecten en weekdieren, die op gebied van duurzaamheid beter scoren en/of qua dierenwelzijn minder bezwaren kennen. De kweek van deze nieuwe eiwitbronnen kent echter nog heel wat onbekenden en uitdagingen op gebied van kweek, opschaling en efficiëntie, voedselveiligheid en wetgeving. Anderzijds bieden ze ook veel potentieel in de verduurzaming van de dierlijke productie, doordat zij mogelijks een goed alternatief bieden voor plantaardige veevoeders die passen in een circulair systeem.

    Aan de hand van exploratief en fundamenteel onderzoek kunnen nieuwe bronnen geïdentificeerd worden, de mogelijkheden voor teelt op grote schaal uitgewerkt worden en de risico’s voor voedselveiligheid beter ingeschat worden. Daarbij is het ook belangrijk de technologische en economische haalbaarheid in rekening te brengen, inclusief de duurzaamheidsaspecten en wetgeving. Tenslotte zal meer kennis op gebied van functionaliteit en nutritionele kwaliteit aanzet kunnen geven naar concrete productontwikkelingen op basis van deze nieuwe eiwitbronnen.

    Eiwitrijke gewassen en andere eiwitbronnen kunnen enerzijds in hun geheel geïncorporeerd worden in de voeding, maar kunnen anderzijds ook omgezet worden in eiwitrijke ingrediënten voor verdere verwerking in voeding. Verwerkers van primaire grondstoffen en ingrediëntenleveranciers zijn erg belangrijk in Vlaanderen, en zetten volop in op nieuwe eiwitingrediënten. Daarvoor is de nodige kennis vereist rond de extractie van eiwitten, en het effect ervan op de eigenschappen van de eiwitten.

    Om zo te komen tot eiwitrijke ingrediënten die op een efficiënte en duurzame manier uit de grondstoffen kunnen gewonnen worden, met maximaal behoud (of verbetering) van de nutritionele kwaliteit en de functionele eigenschappen. Voor de verschillende types grondstoffen kunnen dat andere extractieprocessen zijn, hoewel de gekende extractieprocessen wel een leidraad kunnen zijn bij het op punt stellen van nieuwe processen.

    Bij dit concept is een combinatie van fundamenteel, toegepast en haalbaarheidsonderzoek aan de orde, aangevuld met bijvoorbeeld demonstratie en verdere doorontwikkeling van de processen.

    Minder verloren laten gaan is sowieso een goed vertrekpunt voor een efficiëntere voedselproductie, en dat geldt ook voor de eiwitproductie. Industrieën zoals de bierbrouwerij en olieraffinaderij kunnen nevenstromen hebben die rijk zijn aan eiwitten die kunnen ingezet worden als eiwitrijke grondstof. Daarnaast komen er in de verwerking van dierlijke producten of andere eiwitrijke bronnen tot ingrediënt of eindproduct nevenstromen vrij, die elders kunnen ingezet worden in voeding of veevoeding.

    Technologieën om deze nevenstromen te verwerken en stabiliseren zijn daarbij cruciaal. Het kunnen hergebruiken van nevenstromen vergt inzicht in de samenstelling, de continuïteit en beschikbaarheid, zodat ook de economische haalbaarheid kan ingeschat worden.

    Dit concept kan onder andere worden ingevuld met haalbaarheidsstudies, fundamenteel onderzoek en ontwikkelingswerk, naast demonstratieve en inspirerende acties.

    De Vlaamse focus op dierlijke productie, heeft ervoor gezorgd dat de kennis rond eiwitten en eiwitstructuren voornamelijk ligt bij dierlijke eiwitten. Met de eiwittransitie voor de deur, is het belangrijk dat deze kennis wordt uitgebreid naar eiwitten uit plantaardige en andere alternatieve eiwitbronnen.

    Zo willen we komen tot meer inzicht in de structuur en functionaliteit van eiwitten uit verschillende bronnen en wat de relatie is tussen beide. Alsook het uitpluizen van het effect van interacties tussen eiwitten van verschillende types, en met andere componenten uit de voedingsmatrix. En ook hoe processing deze structuur/functionaliteit kan beïnvloeden.

    Binnen dit concept is in de eerste termijn voornamelijk fundamenteel onderzoek voorzien, maar ook meer validerende acties, en acties gericht op disseminatie zullen nodig zijn.

    Zowel de vraag naar, als het aanbod van plantaardige alternatieven voor vlees, vis, zuivel en eieren is groeiende. Er is een duidelijke evolutie zichtbaar naar een betere nutritionele invulling van deze alternatieven, en willen we komen tot een breed aanbod aan smakelijke en nutritioneel hoogwaardige (niet-dierlijke) eiwitrijke producten in de winkelrekken.

    Daarbij zien we een segmentering tussen enerzijds de analogen, die zo goed mogelijk de structuur en smaak trachten te benaderen, waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën en ingrediënten om het gewenste resultaat te bekomen. Anderzijds zijn er ook de ‘natuurlijke’ alternatieven, die niet op vlees hoeven te lijken, en eerder gebruik maken van naakte grondstoffen en minimale processing maar op een andere manier even lekker zijn en nutritioneel evenwaardig. Beide zijn belangrijk voor een succesvolle eiwittransitie, en kunnen naast elkaar bestaan met elk zijn eigen doelpubliek.

    Om tot deze producten te komen is in eerste plaats veel ontwikkelingswerk voorzien, maar ook hier voorzien we ook onderzoek op verschillende andere niveau’s, zoals meer fundamenteel onderzoek om beter inzicht te krijgen in smaak- en structuurvorming.

    De eiwittransitie is een maatschappelijk gedreven gegeven, zodoende is het ook belangrijk de maatschappelijke impact, naast de economische, te meten, kennen en begrijpen, en deze info mee te nemen in de acties.

    Daarvoor is het nodig om terug te kunnen vallen op objectieve systemen om de duurzaamheid van de ketens te beoordelen, met inbegrip van het aspect nutritie, en de economische aspecten die gepaard gaan met de eiwittransitie. Dit impliceert ook het samenbrengen van ketenspelers tot aan de eindconsument, en zorgen voor correcte en effectieve communicatie naar en tussen deze spelers.

    Dit aan de hand van theoretische modellen en impactanalyses enerzijds, en validerende en communicatie-acties anderzijds. Om de bredere context te vatten moet ook breder gekeken worden dan Vlaanderen, en is het belangrijk dat ingezet wordt op internationaal onderzoek en deelname in internationale netwerken. Maar ook de vertaling naar de Vlaamse situatie mag hierbij niet uit het oog worden verloren.

    Meer info

    Meer informatie rond deze roadmap kan bekomen worden bij Charlotte Boone en Lore Knaepen, en bij Timothy Lefeber kan je terecht voor informatie rond al onze roadmaps.

    Nuttige links