FLANDERS' FOOD RADAR

FODMAPs, niet voor iedereen een zegen

Granen zijn zonder meer belangrijke bronnen van koolhydraten in ons dagdagelijks dieet. Naast een bron van energie, hebben deze koolhydraten afkomstig van granen ook impact op bepaalde fysiologische processen die bijdragen tot onze gezondheid en ons beschermen tegen ziektes. Voor een kleine groep mensen doen bepaalde van deze koolhydraten echter meer kwaad dan goed.

Grofweg kunnen we de koolhydraten die we consumeren indelen in twee categorieën:

  • de korte keten koolhydraten, met de suikers, polyolen en oligosachariden
  • de lange keten koolhydraten, met zetmeel, resistent zetmeel en niet-zetmeel polysachariden.

De belangrijke rol die lange keten koolhydraten, afkomstig van granen, hebben op het goed functioneren van onze darmen, is goed gedocumenteerd en algemeen geweten. In onze dikke darm worden de koolhydraten die wij niet kunnen verteren door de aanwezige microflora gefermenteerd. Hierbij produceren ze allerhande gassen (waterstofgas, methaan en koolstofdioxide) en korte keten vetzuren (zoals azijnzuur, propionzuur en boterzuur).

Belangrijke fysiologische voordelen van deze onverteerbare koolhydraten kunnen toegeschreven worden aan het vergroten van de bulk in het maagdarmkanaal, waardoor de opname van voedingsstoffen in het lichaam vertraagd wordt. Anderzijds bekomt men ook een vlottere transit en wordt het lumen iets zuurder.

Op vandaag is ook geweten dat de korte keten koolhydraten een rol spelen in de gezondheid van ons gastro-intestinaal stelsel. Bepaalde korte keten koolhydraten stimuleren selectief de groei en/of activiteit van gezonde microbiota in onze darm, zoals bijvoorbeeld bifidobacteria en lactobacillus. Deze korte keten koolhydraten worden ook wel prebiotica genoemd. Deze omvatten de fructanen (fructo-oligosachariden (FOS) en inuline) en galacto-oligosachariden (GOS). Fructanen (FOS en inuline) en GOS kunnen we niet verteren en ze stimuleren selectief de groei en activiteit van goede bacteriën in ons darmkanaal. Hiermee voldoen ze aan de strikte criteria en mogen prebiotica genoemd worden.

Een waaier van voordelen en gezondheidsbevorderende eigenschappen worden toegeschreven aan deze prebiotica, gaande van:

  • Reductie van gastro-intestinale infecties (onder andere door adhesie van pathogenen)
  • Laxerend effect
  • Absorptie van calcium verhogen
  • Bescherming van de darmwand
  • Het immuunsysteem van de maagdarmkanaal stimuleren

Er zijn ook aanwijzingen in dierproeven dat deze prebiotica het immuunsysteem stimuleren, wat het risico op darmkanker verlaagd. Andere voordelen zijn het verlagen van de bloedsuikerspiegel en verlagen van serumcholesterol, triacylglycerolen en fosfolipiden.

Meer kwaad dan goed... voor sommigen althans

Ondanks de duidelijke aanwijzingen van de gezondheidsbevorderende eigenschappen van deze korte keten koolhydraten, bestaat er een kleine groep van de bevolking die deze koolhydraten niet goed verdraagt en slecht reageert op hun minder goede absorptie in de dunne darm.

Prikkelbare darm syndroom (PDS) treft 5-12% van de bevolking en wordt gekarakteriseerd door buikpijn of ongemak, wat zich vertaalt onder de vorm van:

  • Krampen
  • Opgeblazen gevoel
  • Flatulentie
  • Diarree en/of constipatie

PDS is een functionele aandoening wat betekent dat de darm niet optimaal functioneert. De darm ziet er niet anders uit, maar de werking is verstoord. De precieze oorzaak van PDS is niet bekend. Waarschijnlijk gaat het bij de klachten van PDS om een combinatie van factoren. In ieder geval spelen een gestoorde (spastische) beweging van de darm en/of een extra gevoelige darmwand een rol.

Dat voeding impact heeft op het goed functioneren van ons maagdarmkanaal werd hierboven duidelijk beschreven. Uit onderzoek blijkt nu dat een FODMAP-beperkend dieet voor patiënten met ernstige klachten als gevolg van het PDS soelaas kan bieden.

FODMAPs staat voor Fermenteerbare Oligo-, Di- en Monosachariden en Polyolen. FODMAPs vindt men terug, in meerdere of mindere mate, in heel wat voedingsmiddelen:

  • Lactose: melk en andere melkproducten
  • Fructanen en FOS: look, artisjok, ui, rogge en tarwe
  • GOS: stachyose en raffinose in peulvruchten
  • Polyolen: mannitol en sorbitol in steenvruchten en kunstmatige zoetstoffen

Slechte absorptie van deze FODMAPs wordt veroorzaakt door een aantal zaken, waaronder afwezigheid van enzymen die de glycosidische verbindingen in deze koolhydraten kunnen hydrolyseren, de afwezigheid of lage activiteit van borstelzoom enzymen (bv. lactase) of aanwezigheid van transporteiwitten met een lage activiteit in het darmepitheel (fructose, GLUT2, GLUT5).

Deze slechte absorptie van fructose kan voorkomen bij 34% tot 61% van de bevolking (zowel bij gezonde individuen als bij personen met problemen met het maagdarmsysteem), maar is sterk dosisafhankelijk. Fructose is een belangrijke FODMAP, die in hoge concentraties voorkomt in ons westers dieet. Fructose wordt geabsorbeerd via de darmvlokken met behulp van de GLUT-5 transporters. De absorptie van de aanwezige fructose gaat beduidend vlotter als er ook glucose aanwezig is in de darmholte met behulp van de GLUT-2. Dus, de verhouding van glucose en fructose in een voedingsmiddel kan impact hebben op de slechte absorptie van fructose ter hoogte van het darmepiteel. Indien er een overmaat fructose aanwezig is t.o.v. glucose vergroot dit het risico op een slechte absorptie van fructose.

FODMAPs die niet geabsorbeerd worden door het darmepitheel worden razendsnel gefermenteerd door de aanwezige bacteriën, waarbij CO2, H2 en CH4 ontstaan. Daarenboven werd recent ook aangetoond dat deze korte keten koolhydraten osmotische activiteit vertonen en het volume aan vloeistoffen in de darm vergroten. Voor gezonde individuen resulteert dit in een laxerend effect. Voor patiënten met het PDS kan dit hun symptomen echter heel wat verergeren en resulteren in diarree, buikpijn, opgeblazen gevoel en flatulentie.

Uitgebreid, kwalitatief onderzoek geeft nu aan dat beperken van deze FODMAPs in het dieet van PDS-lijders de symptomen kan helpen verlichten of doen verdwijnen. Dit impliceert echter dat men nood heeft aan informatie over de samenstelling en concentraties aan FODMAPs in levensmiddelen. In het onderzoek van Biesiekierski et al. werden de FODMAPs gekwantificeerd in een aantal graangebaseerde producten.

De resultaten

Deze studie toont duidelijk dat het totaal fructaangehalte het hoogst is in couscous (1,12 g per portie), muesli (0,96 g per portie) en donker roggebrood (0,6 g per portie). De laagste waarden aan totaal fructaangehalte vond men terug in rijst en rijstgebaseerde producten (0 – sporenniveau per portie).

Uit het onderzoek blijkt ook dat graangebaseerde producten een waaier aan korte keten koolhydraten kunnen bevatten. De hoeveelheid en het type is sterk afhankelijk van de graansoort die als grondstof gebruikt wordt bij de productie van het levensmiddel. Bijvoorbeeld, producten die gebaseerd zijn op rijst vertonen een laag FODMAP-gehalte, terwijl producten die vertrekken van durum tarwe (bv. couscous of pasta) of rogge (bv. zuurdesem brood of peperkoek) eerder een hoog gehalte aan FODMAPs vertonen. Dit impliceert dat men het FODMAP-gehalte duidelijk kan beïnvloeden door de keuze van de graansoort. Het toevoegen van sojameel aan een brood veroorzaakt een duidelijke stijging in het GOS-gehalte van het brood. Ook het gebruik van zuurdesem culturen heeft impact op het FODMAP-gehalte van het eindproduct. Tijdens het broodbereidingsproces met zuurdesem kunnen de zuurdesem fermenten mannitol produceren als bijproduct. Ook worden de fructanen aanwezig in rogge afgebroken door het fermentatieproces.

Ook andere bereidingsprocessen bleken impact te hebben op het gehalte aan korte keten koolhydraten in de levensmiddelen. Zo bleek het gehalte aan raffinose en fructaan duidelijk te verschillen tussen gekookte linzen en linzen in blik. Vermoedelijk wordt dit veroorzaakt door het kookproces.

Voortbouwend op de alsmaar toenemende aanwijzingen van de voordelen van deze korte keten koolhydraten, kan de informatie uit deze studie gebruikt worden als gids voor mensen die hun inname aan prebiotische koolhydraten willen verhogen. Een dagelijkse inname van 3,5 tot 7 g van deze fructanen (in hun zuivere vorm) heeft een aangetoond effect op de darmtransit en andere fysiologische voordelen. De studie van Biesiekierski toont aan dat rogge, couscous en peulvruchten van nature rijk zijn aan deze prebiotische fructanen en GOS. Een dagelijkse dosis van 3,5 g kan relatief makkelijk bekomen worden door de consumptie van couscous (1,12 g), borlotti bonen (1,03 g), pasta (0,5 g) en 2 sneedjes donker roggebrood (1,2 g).

Zoals hoger aangegeven zijn deze FODMAPs niet voor iedereen een zegen en kan in dit perspectief deze studie ook gebruikt worden als dieetrichtlijn voor PDS-patiënten. Niet geabsorbeerde korte keten koolhydraten worden, door de in de darmen aanwezige microflora, gefermenteerd waarbij gassen ontstaan (CO2, H2 en CH4). Deze gassen veroorzaken voor PDS-patiënten allerhande symptomen zoals opgeblazen gevoel, krampen, flatulentie,… De voorliggende studie bouwt verder op eerder onderzoek en toont aan dat bepaalde levensmiddelen concentraties aan FODMAPs bevatten die problematisch kunnen zijn voor PDS-patiënten.

Bijvoorbeeld, de geanalyseerde muesli bevat een overmaat aan fructose, sorbitol, GOS en fructanen. Andere graangebaseerde producten die geanalyseerd werden en verschillende soorten FODMAPs bevatten zijn: brood, alle ontbijtgranen, alle koekjes en snacks en alle peulvruchten. Volgende producten bevatten hoge concentraties aan FODMAPs: couscous, pasta gebaseerd op tarwe, All Bran, roggeproducten en peulvruchten. Deze producten worden dus best vermeden door PDS-patiënten.

Opvallend ook is dat van de geanalyseerde broden, het brood gebaseerd op speltbloem, het laagste gehalte aan fructanen bevatte. Dit brood, geproduceerd met speltbloem van in Australië gekweekte spelt, vertoonde het laagste totale FODMAP-gehalte en slechts sporen van GOS-raffinose. Deze bevinding kan mogelijks een verklaring zijn voor het feit dat speltbrood door personen met functionele darmziektes beter verdragen wordt.

 

Bronnen:

  • Biesiekierski, J. R., Rosella, O., Rose, R. Liels, K., Barrett, J. S., Shepherd, S. J., Gibson, P. R. and Muir, J. G. (2011). Quantification of fructans, galacto-oligosacharides and other short-chain carbohydrates in processed grains and cereals, Journal of Human Nutrition and Dietetics. 24, 154 - 176.
  • Synthesedocument: Voedingsvezel ontrafeld. Flanders’ FOOD en Nederlands Bakkerij Centrum. 122 p.

Nuttige links