FLANDERS' FOOD RADAR

Campylobacter overleeft dankzij biofilms

Campylobacter jejuni is een pathogene bacterie die ondanks zijn stressgevoeligheid de meest gerapporteerde oorzaak is van zoönosen in de Europese Unie. Onderzoek aan de Universiteit van Surrey toont dat deze bacterie kan overleven door biofilms te vormen.

Minder campylobacteriosis in EU?

Campylobacter jejuni is wereldwijd de belangrijkste oorzaak van gastro-enteritis. Vlees van gevogelte is de voornaamste bon van Campylobacter besmettingen. Besmettingen kunnen echter ook komen van besmet water en van contact met dieren en uitwerpselen van besmette mensen Menselijke gevallen van campylobacteriosis namen in 2012 voor de eerste keer in 5 jaar tijd lichtjes af in de Europese Unie. Toch blijft campylobacteriosis de meest gerapporteerde zoönose en is het nog te vroeg om te spreken van een dalende trend.


Zoönosen

Zoönosen zijn ziektes of infecties die overdraagbaar zijn van dieren naar mensen. De infectie kan direct opgelopen worden van dieren, of via het eten van gecontamineerde voeding. De ernst van deze ziektes bij de mens kan variëren van milde symptomen tot levensbedreigend.


Factoren die biofilmvorming beïnvloeden

Campylobacter is in staat om biofilms te vormen of om te overleven in biofilms die door andere micro-organismen aangemaakt worden. Dit kan sterk bijdragen tot de contaminatie van kippenvlees tijdens het slachtproces. Aan de universiteit van Surrey (UK) loopt er een onderzoeksproject over de genetische en metabolische factoren die een invloed kunnen hebben op de vorming van biofilms in kippenslachterijen. Op de ‘Leatherhead Food Safety and Product Integrity Day’ van 22 mei 2014 werd een tipje van de sluier gelicht.

De onderzoekers gebruikten een specifieke biofilm assay om in kaart te brengen welke verschillende Campylobacter jejuni isolaten potentieel hebben om biofilms te vormen, enerzijds bij 37°C, anderzijds bij 42°C. Uit figuur 1 blijkt dat er significante verschillen bestaan tussen de isolaten.


Figuur 1. Biofilmvorming potentieel van verschillende Campylobacter jejuni isolaten (Bron: University of Surrey)

In het onderzoek werd via high-throughput analysen ook nagegaan in welke mate de isolaten verschillende substraten konden metaboliseren en dit in relatie tot biofilmvorming. De aanwezigheid van bepaalde koolstofbronnen lijkt de biofilmvorming te bevorderen (zie figuur 2). De onderzoekers vragen zich daarom af of het vermijden van deze koolstofbronnen in het kippenvoer zou kunnen resulteren in minder biofilmvorming.


Figuur 2. Gebruik van koolstofbronnen door Campylobacter jejuni in relatie tot biofilmvorming (Bron: University of Surrey)

Toekomstig onderzoek

Het biofilm onderzoek aan de universiteit van Surrey heeft nog enkele uitdagende doelstellingen, o.a.

  • Nagaan of de Campylobacter stammen die biofilms kunnen maken virulenter zijn dan andere
  • Analyse van het stikstofmetabolisme in relatie tot biofilmvorming
  • In kaart brengen van de rol van omgevingsfactoren (type oppervlak, pH, atmosfeer)
  • Gebruik van een model om te bestuderen hoe biofilms gevormd worden op de kippenhuid en op veerfollikels


Flanders’ FOOD project KILLFILM

Begin 2014 werd ook bij Flanders’ FOOD een project gestart over de controle van biofilmvorming in de productieomgeving om een langere shelf-life te kunnen garanderen. Dit project beoogt een inzicht te verwerven in de aanwezigheid, vorming, mechanismen, verwijdering en voorkomen van biofilmen, die typisch zijn voor de voedingsindustrie en zelfs specifiek zijn per voedingssector.

 

Bronnen

Gerelateerde artikels

Meer Info

Nuttige links