Podcast - Van wetenschappelijke expertise naar start-up: innovatieve software voor microbiële houdbaarheid

Bij Flanders’ FOOD staat een voedingsecosysteem synoniem voor samenwerking. Het gaat om een dynamisch netwerk waarin bedrijven, kennisinstellingen, start-ups en andere partners zoals federaties en onderzoeksorganisaties elkaar versterken. Binnen dat ecosysteem spelen start-ups een sleutelrol. Het zijn innovatieve, groeigerichte ondernemingen met schaalpotentieel, die nieuwe ideeën en technologieën naar de markt brengen. In deze nieuwe Flanders’ FOOD‑podcast duiken we samen met Marieke Sopers (Flanders’ FOOD) en Wendy Ossieur (Shelfion) in de wereld van start-ups anno 2026. Ontdek samen met ons het verhaal achter Schelfion.

In Vlaanderen wordt een onderscheid gemaakt tussen twee types start‑ups. Enerzijds zijn er de marktgerichte innovatoren, die snel inspelen op toepassingen, klantnoden en markttrends. Anderzijds zijn er de disruptieve innovatoren: die sterk technologie‑ en R&D‑gedreven zijn en vaak werken aan fundamentele doorbraken binnen de waardeketen. Beide types zijn onmisbaar. Waar de ene marktopportuniteiten detecteert, legt de andere de technologische fundamenten voor duurzame innovatie. Door het ecosysteem voortdurend te voeden met nieuwe start‑ups, blijft het geheel veerkrachtig en toekomstgericht.

Een mooi voorbeeld van zo’n start‑up is Shelfion, ontstaan als spin‑off van de Universiteit Gent. Het bedrijf vertaalt diepgaande wetenschappelijke kennis over houdbaarheid van producten naar concrete toepassingen voor de voedingsindustrie. CEO en medeoprichter Wendy Osseur sloot zich aan bij het academische project van professor Frank Devlieghere en Katrien Begyn om het commerciële en strategische luik uit te bouwen. Dankzij vroege feedback van potentiële klanten werd snel duidelijk dat er een marktnood bestond voor hun oplossing.

De echte doorbraak kwam er met de toekenning van VLAIO‑startersteun, aangevuld met de actieve betrokkenheid van Flanders’ FOOD. Die combinatie zorgde niet alleen voor financiële ondersteuning, maar ook voor vertrouwen en bevestiging vanuit het ecosysteem. Het gaf het team het laatste duwtje om Shelfion effectief op te richten, eerst onder de naam I-Challenge, en volop voor hun idee te gaan.

Aanvankelijk werkte Shelfion met testkits waarmee voedingsbedrijven de houdbaarheid van producten efficiënter konden bepalen. In gesprekken met klanten kwam echter steeds dezelfde vraag terug: kan het niet sneller? Dat leidde tot een strategische verschuiving. Een bestaand wiskundig model, dat oorspronkelijk werd gebruikt om testen te plannen, bleek ook geschikt om houdbaarheid te voorspellen. Zo evolueerde Shelfion van een testkit‑gedreven aanpak naar een softwareoplossing die met één muisklik resultaten oplevert. Testkits blijven vandaag belangrijk voor validatie, maar software vormt duidelijk de kern van het businessmodel.

Momenteel focust Shelfion met zijn software op microbiële houdbaarheid, meteen ook het meest complexe aspect. Tegelijk kijkt het bedrijf ambitieus vooruit. Vanuit de markt groeit de vraag om ook chemische en sensorische houdbaarheid mee in kaart te brengen. Die uitbreiding vormt de volgende stap in de evolutie naar een breed en geïntegreerd houdbaarheidsplatform voor de voedingsindustrie.