Energie besparen doen we al. Nu komt het erop aan dat we extra inzetten op het verminderen van onze CO2-uitstoot.

foto energie

Aan het woord is Tom Quintelier, Environmental Affairs & Energy adviseur bij Fevia Vlaanderen sinds een 15-tal jaar, in duo met Inge Arents, algemeen directeur bij Flanders’ FOOD. Als consument, als bedrijf, we worden allemaal geconfronteerd met een sterk stijgende energieprijs. We vragen wat tekst en uitleg bij deze experten om inzicht te krijgen op de toekomst.

Tom, je werkt al een hele tijd op het thema energie voor Fevia Vlaanderen. Wat doe jij precies?

Tom: Vanuit Fevia Vlaanderen werken wij mee de energiebeleidsovereenkomsten (EBO) uit. Dit zijn vrijwillige akkoorden waar bedrijven audits uitvoeren op energievlak. Jaarlijks rapporteren deze bedrijven over de geleverde inspanningen. Deze overeenkomsten zijn er vooral voor de grote bedrijven, kmo’s worden hier minder geviseerd. In totaal zitten er een 90-tal grote bedrijven in de EBO, waarmee we één van de best vertegenwoordigde sectoren zijn. Het gemiddeld verbruik van een
voedingsbedrijf zit in het midden van alle industriële sectoren samen, maar opgeteld zijn we wel een hele grote gas- en elektriciteitsverbruiker omdat er heel veel voedingsbedrijven zijn. Naast de energiebeleidsovereenkomsten hebben we ook nog eigen projecten waar we kmo’s begeleiden om energiebesparende maatregelen te nemen. In het project EFES (Easy Food Energy Savers) gaan we bij de bedrijven langs om te kijken waar “the low hanging fruit” is. Voorbeelden van quick wins zijn: leidingen isoleren en ledverlichting. Door de stijgende energieprijzen hebben bedrijven gelukkig meer aandacht voor energiebesparende maatregelen.

foto Tom Quintelier
Foto Inge Arents

Inge, sinds kort staat energie ook op de innovatieagenda van Flanders’ FOOD?

Inge: Ik ben al mijn hele carrière gebeten door innovatie binnen de voedingsindustrie. Ik ben altijd bezig met “what’s the next step” om de grenzen te verleggen bij onze voedingsbedrijven. Op het gebied van energie ben ik nieuwsgierig wat we voor de voedingsbedrijven kunnen betekenen, wetende dat Fevia Vlaanderen hier al veel voor gedaan heeft en nog steeds doet. Flanders’ FOOD is meer op zoek naar nieuwe technologie om de energietransitie te realiseren op een snellere en efficiëntere manier. De huidige energiecrisis is een “momentum” om de bedrijven te stimuleren om nog meer te doen dan het verhogen van hun energie-efficiëntie, bv. door in te zetten op innovaties waarbij meer elektrificatie, minder aardgas en meer groene elektriciteit mogelijk wordt. Fevia Vlaanderen heeft ze al veel inspiratie gegeven maar de vraag is wat hen tegenhoudt om het effectief te doen.

Tom, hoe heb jij de uitdagingen en vragen zien verschuiven binnen het thema energie?

Tom: Vroeger lag de focus op energie efficiëntie en die verschuift nu naar CO2-reductie onder druk van o.a. de farm-to-fork strategie en de green deal. Het moment waarin we overgeschakeld zijn van zware stookolie naar aardgas hebben we een hele grote val gezien van de CO2- uitstoot. De laatste jaren zien we meer een afvlakking, maar je mag ook niet vergeten dat onze sector nog steeds sterk groeit want we zien de omzet stijgen door meer productie. Meer productie gaat hand in hand met
meer warmte en meer gasverbruik en dit wil dan ook zeggen meer CO2. Om op een efficiënte manier warmte en elektriciteit te produceren maakt de voedingsindustrie gebruik van WKK (warmtekrachtkoppelingen), maar deze worden wel aangedreven door aardgas. De grootste uitdaging die we nu hebben is afstappen van het aardgasverbruik, weg van de fossiele brandstoffen. Hiervoor moeten er nog heel veel zaken gebeuren om die stap te kunnen zetten en hiervoor is enerzijds innovatie nodig en anderzijds hebben we nood aan een robuuste energie bevoorrading uit hernieuwbare energie.

Is er een draagvlak binnen de bedrijven om de shift te maken naar elektrificatie en weg van aardgas?

Tom: Absoluut, zeker bij de voorlopers! In onze duurzaamheidsroadmap die afgestemd werd met de bedrijven, engageren we ons om de relatieve CO2-uitstoot nog verder te laten dalen tegen 2025. De voorlopers zijn hierin al volop pilootprojecten aan het uitwerken voor alternatieven van aardgas. Andere bedrijven zullen volgen als deze projecten marktconform en marktrijp zijn.

Komt waterstof hierbij aan bod of is het eerder groene elektriciteit?

Tom: De voedingsindustrie, dat zijn veel bedrijven verspreid over Vlaanderen. Hierdoor zijn de kosten om pijpleidingen aan te leggen veel te hoog . Focus ligt op elektrificatie, maar wel op voorwaarde dat er een sterk net is. De elektriciteit moet tot bij de bedrijven geraken. Daarenboven moet die elektriciteit betaalbaar en hernieuwbaar zijn. Verschillende studies hebben al aangetoond dat industriële warmtepompen een veelbelovende technologie zijn om de switch te maken.

Inge: Maar dan moet die technologie marktrijp zijn en daar knelt het schoentje. Uit een recente studie blijkt dat er wel technologieën zijn maar dat er ook nog ontwikkelstappen nodig zijn om deze te kunnen inzetten. Samen met Fevia Vlaanderen en de speerpuntcluster energie - Flux50 - denken we na over de inzet van warmtepompen of andere technologie om dan, via een collectief onderzoeksproject in de voedingsindustrie, na te gaan wat de impact van deze nieuwe technologie is op het productieproces. Via de Moonshot zijn de collega speerpuntclusters Catalisti en Flux50 ook oplossingen aan het zoeken voor de hele grote verbruikers en uitstoters en we hopen dat er snel nieuwe technologieën beschikbaar worden die dan kunnen vertaald worden naar de vele voedingsbedrijven. Zo is er nood aan nieuwe energiedragers die duurzaam geproduceerde energie stockeren als er een hoge piek is in hernieuwbare energie. Waterstof kan misschien opgeslagen worden in “keramische” batterijen, maar de omzetting van waterstof in elektriciteit (en vice versa) is op dit moment nog niet erg efficiënt. Warm water kan ook een energiedrager zijn en zal misschien gemakkelijker te transporteren zijn tussen bedrijven dan waterstof. Veel vragen dus. De rol van Flanders’ FOOD zit er in om ervoor te zorgen dat we op de hoogte zijn van al dit onderzoek en na te denken wat dit kan betekenen voor onze voedingsbedrijven.

In welke mate wordt er nagedacht over flexibilisering in de productie om in te spelen op het wisselend aanbod hernieuwbare energie?

Tom: We hebben in de voedingsindustrie de batterijen “avant la lettre”. Dit zijn de grote koelhuizen in de diepvriessector, die bij een energieoverschot dieper gaan koelen, om dan bij een energietekort de temperatuur te laten stijgen. De flexibilisering is echter beperkt: Bij batchprocessen kan men mogelijks nog schuiven gedurende de dag, maar bij processen zoals koekjes bakken kan je niet opeens de temperatuur van de oven aanpassen als er minder wind is. Dit is niet de weg die we willen inslaan. De grote uitdaging is om van gasgestookte ovens over te gaan op elektrische ovens omdat dit een impact heeft op de smaak en geur van het eindproduct. Voor deze uitdaging is de samenwerking met Flanders’ FOOD cruciaal.

Inge: Voor mij is het nog onduidelijk hoeveel kennis bedrijven hebben over het proces of het recept om in een ander type oven te werken. Vanuit Flanders’ FOOD kunnen we pilootinstallaties voorzien van gasgestookte en elektrische ovens om mogelijke effecten te onderzoeken en recepturen of processen aan te passen. Vanuit het beleid wordt het soms te eenvoudig bekeken, de gaskraan dichtdraaien en een warmtepomp kopen. Een belangrijke boodschap van Fevia Vlaanderen en Flanders’ FOOD hierin is dat de kostprijs van die warmtepomp maar een deeltje is van de kostprijs van de transitie. We moeten rekening houden met andere processen, de operatoren moeten opleiding krijgen, impact op het product en fabrieksvoering en er zijn nog andere onbekende factoren die zeker ook een rol spelen.

Waar wil Fevia Vlaanderen over 10 jaar staan?

Tom: Over 10 jaar zou ik heel graag dezelfde daling zien in CO2-uitstoot zoals bij de overgang van stookolie naar gas maar dan van gas naar elektriciteit of waterstofgas of een stuk biomassa door vergisting.

Waar wil Flanders’ FOOD over 10 jaar staan?

Inge: Ik hoop dat we door samen te werken met Fevia Vlaanderen, Flux50, de sector van technologiebedrijven maar ook met start- en scale-ups de deadlines kunnen halen van het energieprobleem. Voor veel bedrijven is dit vandaag de dag al een probleem, dus we gaan de oplossingen al sneller moeten vinden dan over 10 jaar. De kosten van de energietransitie zijn meer dan een nieuwe machine kopen. In het (subsidie)beleid moet daar meer aandacht voor komen om tot de nodige versnelling te komen.