Alles over Andere

Artikels over Andere

  • Voedselbederf: you better watch out!

    Je opent het pakje en ruikt eraan. Dit is een goeie oplossing voor thuis, maar niet voor winkels of verdeelcentra aangezien het openen van individuele verpakkingen een einde brengt aan de beschermende verpakkingsatmosfeer. Toch betekent het gebrek aan een non-destructieve individuele testmethode dat er enorme hoeveelheden voedsel verspild worden. 

    Het Terafood project onderzoekt de ontwikkeling van een sensor die ontluikend voedselbederf binnenin individuele verpakkingen kan detecteren, terwijl de verpakking gesloten en onbeschadigd blijft. De sensor is gebaseerd op de zogenaamde foto-akoestische techniek, waarbij een sensor geluid detecteert dat door moleculen gecreëerd wordt (volatiele organische stoffen, VOS’s), meer bepaald moleculen die als indicator voor voedselbederf gebruikt kunnen worden (zie eerder radar artikel).

    Om dit te kunnen doen hebben we kleine, zeer goedkope en energie-efficiënte sensoren nodig die in de voedselverpakkingen geïntegreerd kunnen worden, zoals bv. een microchip. In de laatste decennia zijn de technologische ontwikkelingen in elektronica ongeëvenaard, denk bv. aan een smartphone die uitgerust is met een groot aantal elektronische sensoren. Terafood onderzoekt het gebruik van silicium fotonische chips. Vergeleken met elektronische chips gebruiken deze dezelfde fabricatietechnologieën, maar manipuleren ze licht in de plaats van elektriciteit. Oorspronkelijk werden silicium fotonische chips voornamelijk in telecom- en datacentra gebruikt om via optische vezels te communiceren. Toch nemen ook sensorische toepassingen in de fotonica snel toe, zoals bv. bloedsuikerspiegel in-situ meten, seksueel overdraagbare infecties detecteren, verschillende chemische bestanddelen opsporen, temperatuur, spanning, nabijheid, … meten.

    Zowel elektronica als fotonica werken met elektromagnetische golven, met dat verschil dat ze erg verschillende frequenties gebruiken wat gevolgen heeft voor hoe ze gecreëerd en gedetecteerd worden. Elektronica gebruiken radiosignalen, wat betekent dat ze werken met antennes en traag bewegende elektrische velden. Fotonica daarentegen gebruiken lasers en fotodetectoren (camera’s).

    Tussen de elektronica en fotonica liggen terahertz frequenties (0.1-10 THz), wat ofwel waargenomen wordt als licht met een erg lage energie of als radiogolven met een erg hoge frequentie. Het is niet voor de hand liggend om die golven te genereren en te detecteren, meestal worden gekoelde bronnen (en detectoren) gebruikt.

    Terafood ontwikkelt een on-chip sensor die binnenin voedselverpakkingen geplaatst wordt zodat we de versheid van het voedsel kunnen bepalen zonder de verpakking te openen.

    Waarom dan de interesse voor deze omslachtige terahertz frequenties? Eerst en vooral omdat een groot deel van de VOS’s veel karakteristieke absorptielijnen hebben in dit terahertz bereik (de moleculaire vingerafdruk). Ten tweede is het verpakkingsmateriaal dat doorgaans voor voeding gebruikt wordt transparant voor terahertz golven, wat betekent dat een extern uitleessysteem gebruikt kan worden zonder de verpakking te openen (compatibel met een passieve sensor binnenin). Dit is ook zo voor bv. HDPE dat er voor ons donkerzwart uitziet, maar transparant is voor terahertz golven.

    Bovendien kunnen we de sensor gevoelig genoeg maken om te werken met weinig energie, waardoor die compatibel is met goedkope, maar zwakke, elektronische bronnen. Zo kunnen we de nood aan cryo-gekoelde detectoren omzeilen door het signaal naar een andere energievorm te sturen, i.e. geluid.

    Dit is de foto-akoestische techniek. Het is een soort van optische spectroscopie aangezien het molecules detecteert op basis van de golflengte van het licht dat het absorbeert. Immers, we maken het mogelijk dat het gas het geabsorbeerde licht omzet in geluid en vervolgens detecteren we dit geluid. 

    Laten we wat dieper ingaan op de fysische mechanismen achter de foto-akoestische sensor. Wanneer gassen een terahertz golf absorberen, resulteert die energie in een temperatuurstijging en, aangezien we werken met gassen, een stijging in druk. Als we nu onze terahertz bron aan- en uitzetten op een specifieke frequentie zullen we drukgolven genereren met dezelfde frequentie. We hebben dan enkel een microfoon nodig die dit signaal detecteert om het succesvol om te zetten, om de terahertz absorptie te detecteren en om te onderzoeken welke gassen aanwezig zijn in de voedselverpakking.

    De terafood sensor moet het mogelijk maken om voedselbederf te testen zonder de verpakking te openen en dus te vernielen. Het beoogt een erg kleine sensor die in situ kan werken en geen speciale, arbeidsintensieve voorbereiding nodig zal hebben. Het gebruik van microchips garandeert een erg lage kostprijs en het gebruik goedkope en energie-efficiënte meettoestellen.

    Als je geïnteresseerd bent om lid te worden van de adviesraad van dit project, neem dan contact op met Isabelle Sioen - Isabelle.Sioen@UGent.be 

    Auteur van dit artikel: Mattias Verstuyft, UGent - mattias.verstuyft@gmail.com

    De contactpersoon bij Flanders’ FOOD voor dit project en het thema is Gus Verhaeghe – gus.verhaeghe@flandersfood.com

    Met de steun van het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds

  • Een nieuw marketing strijdtoneel
    12 09 2017

    Rondkijken

    In het digitale tijdperk wordt het steeds makkelijker om producten en aanbiedingen met elkaar te vergelijken. Klanten zien steeds vaker op sociale media wat vrienden kopen. Zelfs het grootste gewoontedier gaat dan een keer rondsnuffelen.

    Dit terwijl veel merken juist extra investeren in loyaliteit. Tussen 2013 en 2015 was er een stijging van 26%. Dit was mede een reactie op de steeds diffusere aankooppatronen. Meer verkopen aan bestaande klanten leek een overzichtelijke manier om omzet te stimuleren.

    Interessant is dat McKinsey’s eigen loyaltyloop hier aan heeft bijgedragen. In 2009 schreef het bedrijf nog: ‘All marketers should make expanding the base of active loyalists a priority’.

    Weinig loyaliteit

    Maar inmiddels stelt McKinsey dat 58% van de ‘deelnemers’ aan een loyaltyprogramma hier niet eens gebruik van maakt. Van de 30 categorieën die werden onderzocht, bleken er slechts 3 gedreven door loyaliteit.

    http://frislicht.com/wp-content/uploads/2017/02/loyalty-mckinsey2.png

    87% van de klanten bleek eerder aankoopgedrag niet automatisch te herhalen en bewust rond te kijken voor alternatieven. 29% van deze kijkers kwam overigens weer terug bij hun eerdere keuze. Maar de overgebleven 58% koos voor een ander merk.

    Daarmee bleef uiteindelijk 42% toch loyaal. Dit is geen kleine groep. Loyaliteit is dus zeker niet ‘dood’.

    Echter, McKinsey stelt dat het effectiever is om vroeg in de overwegingsset te komen. Merken die vanaf het begin door consumenten worden overwogen, hebben 2 keer zoveel kans gekocht te worden dan merken die later op dit lijstje komen.

    CGI

    Daarmee lijken de consultants de succesindicator van Bain & Company van de troon te willen stoten. Niet NPS (Net Promoter Score, meet de loyaliteit tussen een leverancier en een klant) maar CGI wijst volgens hen de weg naar de regenboog: de Customer Growth Indicator.

    De CGI geeft aan hoe goed het een merk lukt om in de initiële overwegingsset te komen, vergeleken met de concurrentie. De onderzoekers stellen dat CGI voor 60 – 80% het verschil in verkoop verklaart. Dit terwijl NPS ‘slechts’ 20 - 60% hiervan verklaard.

     Aanpak

    http://frislicht.com/wp-content/uploads/2017/02/hyundai.jpg

    Om in de overwegingsset te komen, moet een merk 2 dingen doen. Allereerst is zichtbaarheid belangrijk. Dit kan uiteraard door media in te kopen.

    Maar een innovatieve propositie werkt in dit geval ook goed. Een voorbeeld is Hyundai. Tijdens de recente recessie focuste het automerk slim op de overwegingsset. Het beloofde verkochte auto’s terug te kopen van klanten die hun baan verloren. Het werd daarmee één van de weinige automerken die in deze moeilijke periode wist te groeien.

    Vervolgens is het belangrijk op een slimme manier bekendheid te vertalen naar overweging. Een goed voorbeeld vinden de schrijvers l’Oreal en financiële serviceverlener Charles Schwab. Beide gebruiken sociale media en banners om mensen naar hun sites te trekken. Daar krijgen kijkers handige brand-utilities om meer van het merk te ontdekken. l’Oreal leerde bezoekers bijvoorbeeld op de juiste manier make-up aan te brengen.

    Nieuwe proposities

    Het advies van de auteurs is ‘Build a pipeline of innovative product, service, and brand news’.

    Onderscheidende proposities en merknieuwtjes zijn een belangrijke trigger voor mensen om hun overwegingsset te veranderen. Ze blijven zo ook actiever betrokken bij een merk.

    Dit kunnen nieuwe producten of producteigenschappen zijn. Of nieuwe benaderingen waarmee bestaande producten voor andere klantgroepen relevant worden.

    Creditcardmaatschappijen passen hun proposities bijvoorbeeld regelmatig aan om huidige en nieuwe klanten te stimuleren hun voorkeuren te heroverwegen. Ook Apple heeft een hoge CGI-score dankzij haar innovatieve, onderscheidende producten.

    Kortom: een nieuwe strijdtoneel heeft zich aangediend. En deze strijd wordt ongetwijfeld vervolgd.

     bronnen: Frislicht.com / McKinsey.com

  • Cobots in Logistics
    24 11 2014

    Vanuit het F3 project www.f-3.be maken we de voedingsbedrijven graag attent op een nieuw onderzoeksproject dat in de startblokken staat. Het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) lanceert het project ‘Cobots in logistics – werken met een robot als collega’. F3-partner Sirris zal hierin een aantal concrete cases van bedrijven uitwerken. Kunnen robots helpen om mijn logistiek proces efficiënter, betrouwbaar te maken? Zowel intelligente softwareprogramma’s voor stockbeheer als robots voor het behandelen van de producten in een magazijn, bieden veel mogelijkheden voor voedingsbedrijven op weg naar bedrijf van de toekomst. F3 helpt u graag verder als u hierover meer informatie wenst.

    Cobots kunnen eenvoudig taken aangeleerd worden waardoor ze gemakkelijk en snel ingeschakeld kunnen worden en dit tegen een beperkte investeringskost. Met het project ‘Cobots in Logistics’ wil het Vlaams Instituut voor de Logistiek de logistieke sector kennis en praktijkervaring laten opdoen rond de mogelijkheden van deze flexibele service robots.

    De structurele loonhandicap weegt op de productiviteit van de logistieke magazijnoperaties in Vlaanderen. Voor een aantal activiteiten met weinig toegevoegde waarde zouden de (duurdere) arbeidskrachten vervangen kunnen worden door (goedkopere) robots.

    Hierdoor wordt de totale operationele kost verlaagd, waardoor logistieke activiteiten in Vlaanderen kunnen verankerd blijven, wat zelfs voor bijkomende werkgelegenheid kan zorgen. Maar robotica biedt niet alleen de mogelijkheid tot kostoptimalisatie, het kan bijvoorbeeld ook voor een ondersteuning zorgen bij lastige en zware activiteiten en een vermindering van het aantal fouten bij repetitieve taken.

    DEELNEMEN AAN DIT PROJECT?

    U krijgt op een zeer praktische manier onder andere antwoord op volgende vragen: Wat is de state-of-art van de cobots vandaag? Wat zijn de mogelijke toepassingen binnen logistiek en binnen uw operaties? Wat is de business case? Hoe in praktijk toepassen en simuleren? In samenwerking met Sirris zal de cobot ook life worden getest in enkele pilots.

    DOELGROEP

    Het project richt zich tot logistieke dienstverleners en verladers die te maken hebben met vrij repetitieve taken, Value Added Logistics activiteiten, …

    PRAKTISCH

    Geplande opstart: december 2014

    Totale doorlooptijd: 21 maanden

    Tijdsinvestering deelnemers: 6-tal mandagen (+ 12-tal bij actieve deelname aan praktijktesten)

    BRON(NEN):

    www.vil.be

    MEER INFO:

    Meer weten? Projectfiche ontvangen? Interesse om deel te nemen?

    Contacteer Luc Pleysier (luc.pleysier@vil.be) of Piet Belet (piet.belet@vil.be)

  • Salmonella contaminatie in eieren onder de loep
    10 12 2009

    Bacteriën kunnen in eieren van de eischaal naar de ei-inhoud penetreren. Eens bepaalde bacteriën de ei-inhoud hebben bereikt, kunnen ze uitgroeien tot grote aantallen en verschillende vormen van eirot veroorzaken. Bepaalde van deze bacteriën, waaronderSalmonella, veroorzaken geen zichtbaar bederf maar zijn pathogeen waardoor na consumptie voedselinfecties kunnen optreden.

    Hoge Salmonella-aantallen in de ei-inhoud worden vooral bereikt na penetratie van de bacterie door het dooiermembraan omdat dit snelle bacteriële groei in de dooier toelaat. In dit kader werd op het ILVO het verband onderzocht tussen de penetratie van Salmonella enterica serovar Enteritidis (SE) doorheen het membraan en zijn eigenschappen: de sterkte, de eiwitsamenstelling (via SDS-PAGE) en de ultrastructuur zoals de dikte en het percentage van zones met elektrondens materiaal (via transmissie-elektronenmicroscopie). Daarnaast werd een reductie van de schaalcontaminatie en schaalpenetratie door SE bestudeerd waarbij gebruik werd gemaakt van een eischaalcoating met chitosan, een natuurlijk polysaccharide met antimicrobiële en filmvormende eigenschappen. Voor de chitosancoating werd eerst een chitosantype geselecteerd uit acht types op basis van de antimicrobiële activiteit tegenover SE. Vervolgens werd het effect van de chitosancoating (0,25; 1 en 2% chitosan) op de schaalcontaminatie, op de schaalpenetratie en op de kwaliteit van de ei-inhoud onderzocht.

    De sterkte van het dooiermembraan was gecorreleerd met zijn dikte en met het percentage van zones met elektrondens materiaal. Ook werd er een licht, maar significant verband gevonden tussen de dooiermembraansterkte en het moment van penetratie doorheen het membraan. Hieruit kan afgeleid worden dat een sterkere membraan moeilijker te penetreren is door SE. De chitosancoating had in de geteste concentraties geen invloed op de schaalcontaminatie in vergelijking met de ongecoate eieren. Een coating met 2% chitosan reduceerde de schaalpenetratie door SE drastisch. Eieren gecoat met 1 en 2% chitosan behielden eveneens hun interne kwaliteit langer.

    Bron

    Leleu, S.; Herman, L.; Heyndrickx, M.; Delezie, E.; Bain, M.; Gautron, J.; Michiels, C.; De Baerdemaeker, J. & Messens, W. (2009). Penetration of Salmonella Enteritidis through the vitelline membrane of hen's eggs as affected by its strength during the laying period. Proceedings of XIXth European Symposium on the Quality of Poultry Meat & XIIIth Symposium on the Quality of Eggs and Egg Products.