FLANDERS' FOOD RADAR

BPA: een update

Bisfenol A (= BPA) is een organische verbinding, afgeleid van fenol en wordt voornamelijk gebruikt in combinatie met andere chemicaliën voor de productie van plastics en harsen. Als building block vindt men BPA vaak terug in verpakkingsmaterialen van levensmiddelen en daar knelt het schoentje nu precies.

BPA is één van de meest geproduceerde chemicaliën ter wereld, met een jaarlijkse productie van meer dan 2,2 mio MT in 2009.

Bisfenol A wordt bereid door de reactie van fenol en aceton, in aanwezigheid van een geschikte katalysator bij 60 - 70 C. De letter A in bisfenol A is afkomstig van aceton. Bisfenol A wordt uit het reactiemengsel gekristalliseerd en verder gezuiverd:

BPA is een alomtegenwoordige component in plastics. BPA werd voor de eerste maal gesynthetiseerd in 1891 en is sindsdien een belangrijke bouwsteen geworden voor diverse plastics en harsen zoals bijvoorbeeld polycarbonaat en polyester.

Toepassingen van BPA

  • BPA wordt voornamelijk gebuikt als bouwsteen voor de productie van polycarbonaat, een harde, transparante plastic. Polycarbonaat wordt onder andere gebruikt in onbreekbare, recycleerbare flessen voor (baby)voeding en drinkwater, voor plastiek tafelbestek en voorwerpen voor gebruik in de microgolfoven. Polycarbonaat wordt ook gebruikt voor waterleidingen.
  • Residuen van BPA vindt men ook terug in epoxy-fenol harsen die gebruikt worden als beschermende coating aan de binnenzijde van blik of kartonverpakkingen. Deze coating wordt aangebracht als anti-corrosielaag en dus om contaminatie van het voedingsmiddel te voorkomen.

Daarnaast vindt men BPA ook terug in:

  • Vlamvertragende middelen (na bromering)
  • Oplosmiddelen voor drukinkten
  • Op thermisch papier, om een afdruk erop te krijgen (kassaticket, bonrollen,…)
  • Make-up

Om de algemene blootstelling aan deze stof te kunnen beoordelen moet men dus niet enkel kijken naar de expositie door migratie uit voedingsverpakkingen, maar ook de mogelijke andere bronnen moeten mee opgenomen worden in de evaluatie.

Waar leggen we de lat?

Het is bekend dat residueel BPA in verpakkingen van polycarbonaat of epoxycoatings kan migreren naar de voedingsmiddelen en zo door de mens opgenomen wordt. BPA kan ook vrijkomen wanneer de esterverbinding in de polymeren gehydrolyseerd wordt. Dit kan gebeuren onder invloed van warmte (bijvoorbeeld bij steriliseren van babyflesjes of het opwarmen van kant-en-klaar maaltijden in een microgolfoven) of door contact met basische voedingsmiddelen of reinigingsmiddelen. Zo zou BPA tot 55 keer sneller uitlogen als er bijvoorbeeld vloeistof opgewarmd wordt (tot kookpunt) in het plastiek recipiënt.

In 1936 al werd aangetoond dat BPA een xenohormoon of lichaamsvreemd hormoon is, die het menselijk hormoonstelsel kan beïnvloeden (= endocriene disruptor). Sedert de jaren ’30 van de 20ste eeuw is bekend dat bisfenol A een (zwak) oestrogeen is, dat in ons lichaam op dezelfde receptoren bindt als het natuurlijk, vrouwelijk hormoon. Daarenboven hebben testen uitgewezen dat BPA de groei van borstkankercellen stimuleert en is de impact van BPA op de vruchtbaarheid en voortplanting het onderwerp van een groot aantal wetenschappelijke studies en discussies. Zelfs lage concentraties BPA, die ruim onder het niveau liggen dat de Europese voedselveiligheidsorganisatie EFSA (= European Food Safety Authority) als veilig beschouwt (0,05 mg/kg lichaamsgewicht per dag), hebben al een negatief effect op de productie van testosteron in de menselijke testes.

Anderzijds vindt met in studies waarbij urinestalen worden geanalyseerd op afbraakproducten van BPA tussen de 33 en 80 nanogram BPA/kg lichaamsgewicht per dag terug, wat ongeveer 1000 maal minder is dan de 0,05 mg/kg lichaamsgewicht per dag die door de EFSA als veilig beschouwd wordt.

Wat is dan eigenlijk het probleem?

Studies geven aan dat dat hele lage dosissen (minder dan 1 ppb) van chemicaliën gelijkaardig aan oestrogeen, zoals BPA, schadelijk kunnen zijn. Met andere woorden, in de urine van zesjarigen werden hogere dosissen van het afbraakproduct, glucuronide, van BPA teruggevonden dan bij muizen die BPA in gelijkaardige dosissen toegediend kregen en die later gezondheidsproblemen vertoonden.

Mensen en primaten, die BPA oraal toegediend krijgen metaboliseren deze BPA echter op een totaal verschillende manier dan muizen. Oraal opgenomen BPA wordt bij de mens relatief snel omgezet in glucuronide, die geen impact heeft op de menselijke hormonenhuishouding en relatief snel wordt uitgescheiden via de urine. De halfwaardetijd van oraal toegediende BPA bedraagt bij de mens dan ook minder dan 6 uur. Door deze snelle omzetting na orale toediening, voorspelt men de gehaltes aan BPA, die beschikbaar zijn om op de oestrogeenreceptoren te binden, toch relatief laag zijn (zelfs in de worst case scenario). Bij ratten en muizen wordt BPA minder snel afgebroken en uitgescheiden. Door een enterohepatische recirculatie waarbij BPA terug in de bloedbaan terecht komt, wordt BPA bij knaagdieren minder snel afgebroken en uitgescheiden. Daarenboven zijn muizen bijzonder gevoelig voor oestrogeen, wat hun predispositie om te reageren op een zwak oestrogeen zoals BPA ten dele kan verklaren. Uiteindelijk besloot EFSA (2006) dat de lage dosis effecten van BPA die men waarnam bij knaagdieren onvoldoende bewijs leverden om relevant te zijn voor mensen.

Anderzijds blijkt uit onderzoek met rhesusapen, die BPA op een soortgelijke wijze als mensen verwerken, dat mensen aan veel hogere BPA-concentraties worden blootgesteld dan de huidige schattingen doen vermoeden.

De vele studies lijken elkaar soms tegen te spreken… Hoe gaat men hiermee om? Waar rook is, is vuur? De wetgeving neemt in deze kwestie vaak het zekere voor het onzekere (zie verder).

Activiteiten van de EFSA en de implicaties op de wetgeving

In 2006 stelde de EFSA, na een uitgebreide risico-analyse, de Tolerable Daily Intake (de dagelijkse blootstelling aan een chemische stof die voor de mens, op lange termijn, als veilig beschouwd wordt), voor BPA in op 0,05 mg/kg lichaamsgewicht per dag. Na uitgebreide herevaluaties in 2008, 2010 en 2011, waarbij telkens nieuwe onderzoeksresultaten mee in beschouwing werden genomen, werd deze limietwaarde behouden als veilige bovengrens.

In 2008 bestudeerde de EFSA specifiek het verschil tussen volwassenen en baby’s om BPA te metaboliseren en uit te scheiden. In deze studie werden zowel oude als nieuwe studies meegenomen, van zowel wetenschappelijke oorsprong als uit de industrie. Deze opinie herbevestigde dat de expositie aan BPA beduidend lager is dan de limietwaarde van 0,05 mg/kg lichaamsgewicht per dag, voor zowel volwassenen als baby’s. Uit deze studie bleek dat beide groepen BPA snel metaboliseren en uitscheiden. Ook pasgeborenen kunnen gehaltes aan BPA ver boven de ingestelde TDI snel uitscheiden.

Onder de Europese richtlijn 10/2011/EU, die handelt over plastiek materialen en artikels die in contact komen met levensmiddelen, is BPA toegelaten als bouwsteen voor materialen die gebruikt worden om levensmiddelen te verpakken,… In januari 2011 publiceerde de Europese Commissie de directieve 2011/8/EU, die BPA verbiedt als bouwsteen voor polycarbonaten die toegepast worden voor de productie van zuigflessen voor baby’s. Deze Europese directieve resulteerde in een hele trits aan nieuwe wetten in de lidstaten van de EU. Zo is in België het gebruik van BPA-houdende materialen die in contact komen met levensmiddelen bestemd voor kinderen jonger dan 3 jaar verboden sinds 1 januari 2013.

Frankrijk gaat nog een stap verder: in een eerste fase werd een verbod uitgevaardigd op het gebruik van BPA in materialen bedoeld voor rechtstreeks contact met levensmiddelen bestemd voor zuigelingen en jonge kinderen. Op 2 mei 2013 notificeerde Frankrijk de Europese commissie over de tweede fase van de BPA wetgeving. Deze tweede fase voorziet een etikettering van alle materialen die BPA bevatten en die in contact komen met voeding. Deze voorwerpen moeten een waarschuwing vermelden die hun gebruik afraadt voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven en voor zuigelingen en peuters (tot 3 jaar). De standstill periode loopt tot 5 augustus 2013, de voorziene datum van inwerkingtreding is 1 oktober 2013. Aan de hand van een gefaseerde aanpak wil de Franse overheid finaal tegen januari 2015 een algemeen verbod van BPA voor alle materialen die in contact komen met voeding.

De periode tussen notificatie en de inwerkingtreding is echter kort en veel geproduceerde goederen werden reeds verpakt zonder aangepast etiket. Deze goederen kunnen nog legaal op de Franse markt geplaatst worden tot en met 30 september 2013, maar vanaf 1 oktober niet meer. Vanuit Fevia werd de vraag gesteld aan de Belgische overheid om te reageren op dit wetsvoorstel (commentaar of gedetailleerde opinie), gezien dit duidelijk implicaties heeft voor de export naar ons buurland.

EFSA is momenteel een nieuwe risico-analyse aan het uitwerken met betrekking tot BPA. De huidige analyse is een volledige herevaluatie waarbij alle beschikbare, wetenschappelijke data tot op vandaag meegenomen worden. Naast de blootstelling aan BPA via de voeding, zal ook gekeken worden naar de expositie via niet voedingsgerelateerde bronnen, om finaal tot een globale evaluatie te komen. De overheid hecht veel belang aan de opiniestukken van de EFSA en zal zijn aanbevelingen daarop baseren. Het laatste is er nog niet over gezegd…

Bronnen

Nuttige links

Reacties

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam-inzendingen te vermijden.