Screening van residuen van antibiotica en chemotherapeutica in melk en honing

Op donderdag 16 december 2010 zal de openbare verdediging plaatsvinden van het doctoraal proefschrift van Wim Reybroeck (ILVO-T&V) met betrekking tot ‘Screening van residuen van antibiotica en chemotherapeutica in melk en honing’.

De dierlijke productie in de landbouw wordt steeds intensiever, wat leidt tot een toename van bacteriële infecties en bijgevolg een verhoogd gebruik van antimicrobiële middelen. De screening op antibiotica- en chemotherapeuticaresiduen speelt bijgevolg een belangrijke rol bij de controle van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Binnen dit kader werd deze doctoraatsthesis opgezet waarbij het valideren van een screeningsmethode voor het opsporen van tetracyclines in honing en twee sneltesten voor de detectie van β-lactamresiduen in melk, het volgen van de migratie van sulfamethazine vanuit gecontamineerde bijenwas naar honing en het onderzoek naar interferentie bij microbiologische inhibitietesten door bacteriële groeiremmende stoffen geproduceerd in melk door Pseudomonas-bacteriën de voornaamste doelstellingen waren.

Honing kan gescreend worden op tetracyclines in 30 minuten met behulp van de Tetrasensor Honey. De test, die gebruik maakt van dipsticks, werd op het ILVO-T&V gevalideerd volgens Beschikking 2002/657/EG van de Europese Commissie. De test detecteert specifiek tetracycline, oxytetracycline, chloortetracycline en doxycycline in honing in concentraties lager dan 10 µg kg-1. De testprocedure is zeer eenvoudig en robuust en behoeft geen speciale apparatuur (incubator, afleestoestel,…).

In een volgende studie werd een migratietest opgezet om na te gaan of sulfa-gecontamineerde bijenwas kan leiden tot besmetting van honing. Waswafels gemaakt van bijenwas gedopeerd op drie niveaus sulfamethazine werden in drie aparte bijenkasten gehangen om door de bijen uitgebouwd te worden tot wasraten en gevuld met honing. De maximale overdracht van het initieel gehalte in de waswafel naar de honing was respectievelijk 15,6%, 56,9% en 29,5%. In een aansluitend experiment werd het percentage sulfamethazine dat migreert van gemedicineerd wintervoedsel naar bijenwas bepaald en dit in relatie tot de concentratie in de siroop en de contacttijd. De maximale overdracht van sulfamethazine vanuit de gemedicineerde suikersiroop naar de was bedroeg 3,1%. De resultaten tonen aan dat er na gebruik van sulfonamiden in een bijenvolk residuen achterblijven in de was van de honingraten die de honingoogst van het volgende seizoen kunnen verontreinigen.

De screening van β-lactamantibiotica in melk met behulp van de sneltesten βeta-s.t.a.r. 1+1 en Charm MRL-3 werden eveneens gevalideerd. De βeta-s.t.a.r. 1+1 met zijn 2-minuten protocol (1+1) is zeer selectief voor de groep van β-lactamantibiotica. Er werd enkel een interferentie vastgesteld voor clavulaanzuur. Alle β-lactamantibiotica met een MRL in melk werden gedetecteerd, doch niet allen op hun respectievelijke MRL. De herhaalbaarheid van het afleestoestel en van de test was zeer goed. De test is zeer robuust en de test kan ook aangewend worden op melk van andere diersoorten (geit, schaap of paard). De Charm MRL-3 test bleek eveneens zeer specifiek te zijn. De herhaalbaarheid van de reader was goed, niettegenstaande valspositieve resultaten voor remstofvrije rauwe melk werden vastgesteld. De Charm MRL-3 detecteert alle β-lactamantibiotica met een MRL in melk op hun respectievelijke norm met uitzondering van nafcilline en penethamaat.

In een laatste studie werden positieve Delvotest-resultaten bekomen voor melk vrij van residuen van antibiotica. Deze melk was afkomstig van twee hoeves waar frequent problemen van valspositieve resultaten werden vastgesteld. Twee Pseudomonas-stammen, sterk verwant met Pseudomonas tolaasii, werden geïsoleerd uit de melk. Groei van de isolaten bij 5 tot 7°C in melk resulteerde in een hoge lipolyse en de productie van bacteriegroeiremmende stoffen. Deze stoffen met een moleculair gewicht kleiner dan 1 kDa waren hitte-tolerant, remden Geobacillus stearothermophilus var. calidolactis, het testorganisme van de meeste commercieel beschikbare microbiologische inhibitietesten voor melk, en verstoorden de yoghurtproductie. De bacteriegroeiremmende stoffen zijn nog niet geïdentificeerd maar de resultaten van de karakterisatietesten wijzen in de richting van cyclische lipodepsipeptiden. Onze bevindingen tonen aan dat een langdurige gekoelde bewaring van rauwe melk, naast een mogelijks bederf, ook aanleiding kan geven tot valspositieve resultaten van remstoftesten.

De openbare verdediging van het doctoraal proefschrift zal plaatsvinden op donderdag 16 december 2010 om 16u30 in het Auditorium Hoogbouw van de Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent, Salisburylaan 133, Merelbeke. Na de verdediging volgt een receptie waarop u vriendelijk wordt uitgenodigd. Indien u de receptie zult bijwonen, gelieve dit per fax (09/272 30 01) of per mail (wim.reybroeck@ilvo.vlaanderen.be) te melden vóór 13 december 2010.

Meer Info

wim.reybroeck@ilvo.vlaanderen.be